Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2001:AD3947

2001-11-16 Civiel recht C00/029HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2001-11-16
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
—
Zaaknummer
C00/029HR
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2001, 670 | JWB 2001/306

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.666 tekens)
Mr. A.S.Hartkamp
Nr. C00/029 HR
Zitting 7 september 2001



Conclusie inzake
Wijco Nederland B.V.
tegen
[Verweerster]


Edelhoogachtbaar College,


Voor de feiten zij verwezen naar het vonnis van de kantonrechter te Deventer, die, na te hebben geconstateerd dat er geen dringende reden voor het door Wijco Nederland B.V. verleende ontslag was, de loonvordering van [verweerster] heeft toegewezen, welk vonnis door de Arrondissementsrechtbank te Zwolle is bekrachtigd.
Alle klachten van het tijdig voorgestelde cassatiemiddel falen naar mijn mening. De onderdelen 1a en 1b missen feitelijke grondslag. Onderdeel 1c voldoet niet aan art. 407 lid 2 Rv. Onderdeel 2 bevat geen klacht. De onderdelen 2a en 2b falen, omdat de daarin bestreden overwegingen geenszins onbegrijpelijk zijn. Onderdeel 3a miskent de gedachtegang van de rechtbank. Onderdeel 3b stuit af op de slotzin van r.o. 3, welke overweging in het licht van de stellingen van partijen niet onbegrijpelijk is. De beide klachten van onderdeel 4, waarvan in elk geval de tweede onbegrijpelijk is, voldoen niet aan art. 407 lid 2 Rv. Voor de klachten van onderdeel 5 geldt (voorzover zij geen feitelijke grondslag missen) hetzelfde. Voorzover onderdeel 6a feitelijke grondslag heeft, faalt het omdat de daarin bestreden overwegingen niet blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk zijn. De onderdelen 6b, 6c en 6d missen feitelijke grondslag.


Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.


De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden