Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:1990:AD1089

1990-02-09 Civiel recht 13826
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
1990-02-09
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
—
Zaaknummer
13826
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 1990, 526 | S&S 1991, 67 | VR 1991, 3

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst. Meldingsplicht verzekerde ten aanzien van risicoverzwaring. Vervaltermijnclausule. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.431 tekens)
PN
Nr. 13.826
Zitting 9 februari 1990



Mr. Hartkamp

Conclusie inzake:

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ OTOS U.A.

tegen


[verweerder]







Edelhoogachtbaar College,


1. Onderdeel 1 van het (tijdig voorgestelde) cassatiemiddel bevat geen klacht.

2. Onderdeel 2 faalt. 's Hofs beslissing in r.o. 2.1, laatste alinea, is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Opmerking verdient dat het hof slechts heeft beslist dat Otos haar beroep op het niet ontvangen-zijn van [verweerder] brief heeft prijsgegeven, niet dat Otos afstand heeft gedaan van haar beroep op art. 4.B.10 van de verzekeringsvoorwaarden (de termijnoverschrijding). Dit laatste punt komt in r.o. 2.2 aan de orde (waartegen onderdeel 3 zich richt). Aldus sluit de opbouw van 's hofs gedachtengang geheel aan bij de zijdens Otos in hoger beroep genomen "akte overlegging produktie".

3. In r.o. 2.2 heeft het hof beslist dat Otos zich onder de aldaar genoemde omstandigheden niet te goeder trouw op de contractuele vervaltermijn kan beroepen. Onderdeel 3 betoogt dat een (beroep op een) contractueel beding houdende een vervaltermijn (die verstreken is) niet vatbaar is voor toetsing aan de goede trouw. Dit standpunt is onjuist. Van elke tussen partijen geldende regel kan onder omstandigheden door redelijkheid en billijkheid de toepasselijkheid worden beperkt. Zie de artt. 6.1.1.2 en 6.5.3.1 (2 en 248 Boek 6), die ook het geldende recht weergeven. Vgl. Asser-Hartkamp II (1989) nrs. 300 e.v., 312 e.v. Dit geldt dus ook, en zelfs in de eerste plaats, voor contractuele bedingen. Wat vervalbedingen betreft zie men in deze zin m.i. reeds het bekende arrest HR 20 mei 1949, NJ 1950, 72 m.o. Ph.A.N.H. inzake Rederij Koppe, voorts Asser-Hartkamp I (1988) nr. 692. Voor het nieuwe recht wijs ik ten overvloede op de artt. 6.5.2A.3 onder g en 6.5.2A.4 onder h in verbinding met art. 6.5.2A.2a onder a (resp. artt. 236, 237 en 233 Boek 6), die bepaalde vervalbedingen vernietigbaar verklaren - overigens in het zich in casu niet voordoende geval van onredelijkheid naar de inhoud - en als wettelijke uitwerkingen van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid kunnen worden beschouwd; zie Asser-Hartkamp II nr. 358.


De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.



De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,