Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:1965:AB7078

1965-09-24 Civiel recht 9879
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
1965-09-24
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
—
Zaaknummer
9879
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 1966, 46

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Koopprijs door de partijen bepaald in de zin van art. 1501 BW?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.155 tekens)
S.
Zitting 24 september 1965.
No. 9879.



Mr. Minkenhof.

Conclusie inzake:


[eiser] / [verweerster] .




Edelhoogachtbare Heren,



Het cassatiemiddel in deze zaak houdt in, dat de tussen partijen - hierna te noemen [eiser] en Tulsa - gesloten overeenkomst o.m. behelst, dat [eiser] zich verplicht, gedurende de (tienjarige) looptijd daarvan zekere hoeveelheden olie en vetten bij Tulsa te betrekken tegen een prijs van f.1.25 per liter, waarbij Tulsa het recht heeft de handelsprijs te verhogen of te verlagen, indien wijzigingen in het huidige prijs-, loon- en/of kostenniveau naar haar oordeel dat noodzakelijk maken, waardoor de tussen partijen overeengekomen prijs niet, althans niet genoegzaam bepaald, c.q. objectief bepaalbaar zou zijn en derhalve de tussen partijen gesloten overeenkomst niet een geldige koopovereenkomst.
Deze stelling acht ik niet juist. In de overeengekomen prijs kunnen - en worden door het Hof - drie elementen worden onderscheiden: de thans geldende prijs - f.1.25 per liter ; wijzigingen in het prijs-, loon- en/of kostenniveau, die aanleiding kunnen geven tot een wijziging in de thans geldende prijs; en het oordeel van Tulsa; dat deze wijzigingen prijsverhoging (of verlaging) noodzakelijk maken. Het tweede element verwijst naar gegevens, welke objectief bepaalbaar zijn en slechts voor het derde element - de noodzaak van prijsverhoging tengevolge van vorenbedoelde wijzigingen - is het oordeel van Tulsa maatstaf, doch, gelijk het Hof terecht overweegt, ingetoomd door de eisen van billijkheid en goede trouw. Zeker bij goederen als de onderhavige - olie en vetten - acht ik de hier gevolgde wijze van prijsvaststelling voldoen aan de eisen van de wet. Van een eenzijdige prijsvaststelling, als bedoeld (en afgekeurd) in de arresten van Uw Raad van 26 april 1914, N.J. 1914 blz. 1034 en 11 mei 1923, N.J. 1923 blz. 919 is hier geen sprake. De concurrentiepositie en speciaal de prijzen, welke andere leveranciers voor dezelfde soort goederen plegen te berekenen, leveren voldoende maatstaf op om tot een objectieve vaststelling te komen van de prijs welke bij verandering van de in de overeenkomst genoemde omstandigheden tussen partijen zal gelden. Terecht overweegt m.i. het Hof, dat een beding als het onderhavige, bij lang durende overeenkomsten voor een goede functionering van de handelsbetrekkingen, gelet op het ervaringsfeit van voortdurende stijging van
productie-en andere kosten van goederen en waren, voor dit soort contracten als normaal is te beschouwen. Kort gezegd: het handelsverkeer eist het. Zie Asser-Kamphuisen blz. 40 en de daar vermelde rechtspraak. Enerzijds hebben partijen belang bij een duurzame rechtsbetrekking; anderzijds kan een onderdeel van de overeenkomst - de prijs - niet voor de ganse duur van het contract op een vooraf vastgesteld geldsbedrag worden bepaald.



Daar ik het middel ongegrond acht, moge ik concluderen tot verwerping van het beroep, met veroordeling van de eiser in de kosten op de cassatie gevallen.



De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,