Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:1926:2
1926-09-22
Bestuursrecht; Belastingrecht
2912 / 2913
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1926:354 → ECLI:NL:PHR:1926:2
- nadereConclusie ECLI:NL:PHR:1926:2 → ECLI:NL:HR:1926:355
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (952 tekens)
N° 2912/2913
De Procureur-Generaal;
Overwegende dat het cassatiemiddel eenen feitelijken grondslag ontbeert:
1° omdat in de uitspraak waarvan beroep niet beslist wordt op grond van eene verbeterde aangifte betreffende de inkomsten van den belanghebbende, maar daarin alleen melding wordt gemaakt van eene aangifte (aanslag) voor de vermogensbelasting die niet met de aangifte voor de inkomstenbelasting strookt;
2° omdat de Raad van beroep niet uitdrukkelijk zijne beslissing doet berusten op het feit van aangifte voor de vermogenbelasting en dus niet beslist dat deze op zich zelve niet een nieuw feit zoude opleveren, maar ook in aanmerking neemt dat de administratie geene zekere gegevens heeft gehad waarop de navordering is gebaseerd, en uit een en ander, in het bijzonder uit het laatste afleidt dat er geen in aanmerking komend feit aanwezig is;
Concludeert tot verwerping van het beroep.
T.J. Noyon
De Procureur-Generaal;
Overwegende dat het cassatiemiddel eenen feitelijken grondslag ontbeert:
1° omdat in de uitspraak waarvan beroep niet beslist wordt op grond van eene verbeterde aangifte betreffende de inkomsten van den belanghebbende, maar daarin alleen melding wordt gemaakt van eene aangifte (aanslag) voor de vermogensbelasting die niet met de aangifte voor de inkomstenbelasting strookt;
2° omdat de Raad van beroep niet uitdrukkelijk zijne beslissing doet berusten op het feit van aangifte voor de vermogenbelasting en dus niet beslist dat deze op zich zelve niet een nieuw feit zoude opleveren, maar ook in aanmerking neemt dat de administratie geene zekere gegevens heeft gehad waarop de navordering is gebaseerd, en uit een en ander, in het bijzonder uit het laatste afleidt dat er geen in aanmerking komend feit aanwezig is;
Concludeert tot verwerping van het beroep.
T.J. Noyon