Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2026:210
2026-08-06
Civiel recht
CUR2026H00171
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Curaçao. Art. 272 Rv. Schorsingsincident niet mogelijk binnen lopende procedure in executiegeschil.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:2026 Hoge Raad 20-12-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.351 tekens)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
op de vordering tot schorsing ex artikel 272 Rv van:
de naamloze vennootschap
J & M EGG’S FARM MODERNO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in (voorwaardelijke) reconventie, thans appellante, verzoekster tot schorsing,
gemachtigden: mrs. A.C van Hoof en L.J.C. Frias,
-tegen-
1. de stichting
STICHTING SUNSET HEIGHTS,
gevestigd in Curaçao,
2. [VERWEERDER sub 2],
wonend in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagden in conventie, eisers in (voorwaardelijke) reconventie,
thans geïntimeerden, verweerders tegen het schorsingsverzoek,
gemachtigde: mr. M.D. van den Brink.
Partijen worden hierna ook aangeduid als Moderno en Sunset Heights c.s.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Bij akte van 30 juni 2026 is Moderno in hoger beroep gekomen van het tussen partijen uitgesproken vonnis in kort geding van 26 juni 2026 (hierna: het bestreden vonnis) van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).
1.2.
Bij een op 9 juli 2026 ingekomen afzonderlijk verzoekschrift, met producties, heeft Moderno de vordering ingesteld:
“om de uitvoerbaarheid van het hofvonnis van 24 februari 2026 in zaaknummer CURH00277 op te schorten tot dat in het hoger beroep tegen het vonnis van het GEA van 26 juni 2026 (zaaknummer CUR2026H00161) is beslist, althans die voorziening te treffen die uw Hof in goede justitie geboden acht.”
1.3.
Bij verweerschrift, met een productie, ingediend op 17 juli 2026 hebben Sunset Heights c.s. verweer gevoerd en geconcludeerd dat het Hof het verzoek zal afwijzen, met veroordeling van Moderno in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
1.4.
Op 27 juli 2026 hebben partijen zich bij e-mail uitgelaten over het verzoek.
1.5.
Vonnis is bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Art. 272 Rv bepaalt dat indien hoger beroep is ingesteld tegen een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, het Hof de tenuitvoerlegging daarvan op vordering van een partij alsnog kan schorsen.
2.2.
In deze zaak gaat het – samengevat – om het volgende. Bij vonnis in kort geding van het Hof van 24 februari 2026 (CUR2024H00277) is het Moderno verboden om kippenmest te storten op haar bedrijfsterrein, op straffe van een dwangsom (hierna: het tweede dwangsomvonnis). Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. Volgens Sunset Heights c.s. heeft Moderno dwangsommen verbeurd, op welke dwangsommen Sunset Heights c.s. vervolgens aanspraak hebben gemaakt. Daarop is Moderno een executiegeschil begonnen. Het bestreden vonnis behelst de door het Gerecht genomen beslissing in dat executiegeschil.
2.3.
Bij het bestreden vonnis is, voor zover nu van belang, het door Moderno gevorderde bevel om de executie van het tweede dwangsomvonnis te staken, afgewezen.
2.4.
Het Hof zal de vordering afwijzen en motiveert dit als volgt.
2.5.
De procedure ex art. 272 Rv houdt in een incident om een executiegeschil te laten beslechten door het Hof binnen een aanhangige hoger beroepsprocedure (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026, NJ 2020/425 (Strandhotel), rov. 5.3.1 t/m 5.3.4).
2.6.
De onderhavige hoger beroepsprocedure betreft echter reeds een executiegeschil naar aanleiding van het tweede dwangsomvonnis. Het bestreden vonnis bevat dan ook geen veroordeling waarvan de tenuitvoerlegging zou kunnen worden geschorst, maar een afwijzing van de gevorderde staking van de executie van het tweede dwangsomvonnis. Verder is van belang dat het tweede dwangsomvonnis al in kracht van gewijsde is gegaan. In deze situatie behoort een vordering ex art. 272 Rv niet tot de mogelijkheden. Dit komt zowel in strijd met het systeem van de wet als met de aard van het bestreden vonnis.
2.7.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en Moderno wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten veroordeeld.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt Moderno in de kosten van deze schorsingsprocedure aan de zijde van Sunset Heights c.s., tot op heden begroot op Cg 2.000,- aan gemachtigdensalaris;
- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 6 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter is dit vonnis ondertekend door de oudste rechter.
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
op de vordering tot schorsing ex artikel 272 Rv van:
de naamloze vennootschap
J & M EGG’S FARM MODERNO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in (voorwaardelijke) reconventie, thans appellante, verzoekster tot schorsing,
gemachtigden: mrs. A.C van Hoof en L.J.C. Frias,
-tegen-
1. de stichting
STICHTING SUNSET HEIGHTS,
gevestigd in Curaçao,
2. [VERWEERDER sub 2],
wonend in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagden in conventie, eisers in (voorwaardelijke) reconventie,
thans geïntimeerden, verweerders tegen het schorsingsverzoek,
gemachtigde: mr. M.D. van den Brink.
Partijen worden hierna ook aangeduid als Moderno en Sunset Heights c.s.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Bij akte van 30 juni 2026 is Moderno in hoger beroep gekomen van het tussen partijen uitgesproken vonnis in kort geding van 26 juni 2026 (hierna: het bestreden vonnis) van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).
1.2.
Bij een op 9 juli 2026 ingekomen afzonderlijk verzoekschrift, met producties, heeft Moderno de vordering ingesteld:
“om de uitvoerbaarheid van het hofvonnis van 24 februari 2026 in zaaknummer CURH00277 op te schorten tot dat in het hoger beroep tegen het vonnis van het GEA van 26 juni 2026 (zaaknummer CUR2026H00161) is beslist, althans die voorziening te treffen die uw Hof in goede justitie geboden acht.”
1.3.
Bij verweerschrift, met een productie, ingediend op 17 juli 2026 hebben Sunset Heights c.s. verweer gevoerd en geconcludeerd dat het Hof het verzoek zal afwijzen, met veroordeling van Moderno in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
1.4.
Op 27 juli 2026 hebben partijen zich bij e-mail uitgelaten over het verzoek.
1.5.
Vonnis is bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Art. 272 Rv bepaalt dat indien hoger beroep is ingesteld tegen een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, het Hof de tenuitvoerlegging daarvan op vordering van een partij alsnog kan schorsen.
2.2.
In deze zaak gaat het – samengevat – om het volgende. Bij vonnis in kort geding van het Hof van 24 februari 2026 (CUR2024H00277) is het Moderno verboden om kippenmest te storten op haar bedrijfsterrein, op straffe van een dwangsom (hierna: het tweede dwangsomvonnis). Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. Volgens Sunset Heights c.s. heeft Moderno dwangsommen verbeurd, op welke dwangsommen Sunset Heights c.s. vervolgens aanspraak hebben gemaakt. Daarop is Moderno een executiegeschil begonnen. Het bestreden vonnis behelst de door het Gerecht genomen beslissing in dat executiegeschil.
2.3.
Bij het bestreden vonnis is, voor zover nu van belang, het door Moderno gevorderde bevel om de executie van het tweede dwangsomvonnis te staken, afgewezen.
2.4.
Het Hof zal de vordering afwijzen en motiveert dit als volgt.
2.5.
De procedure ex art. 272 Rv houdt in een incident om een executiegeschil te laten beslechten door het Hof binnen een aanhangige hoger beroepsprocedure (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026, NJ 2020/425 (Strandhotel), rov. 5.3.1 t/m 5.3.4).
2.6.
De onderhavige hoger beroepsprocedure betreft echter reeds een executiegeschil naar aanleiding van het tweede dwangsomvonnis. Het bestreden vonnis bevat dan ook geen veroordeling waarvan de tenuitvoerlegging zou kunnen worden geschorst, maar een afwijzing van de gevorderde staking van de executie van het tweede dwangsomvonnis. Verder is van belang dat het tweede dwangsomvonnis al in kracht van gewijsde is gegaan. In deze situatie behoort een vordering ex art. 272 Rv niet tot de mogelijkheden. Dit komt zowel in strijd met het systeem van de wet als met de aard van het bestreden vonnis.
2.7.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en Moderno wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten veroordeeld.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt Moderno in de kosten van deze schorsingsprocedure aan de zijde van Sunset Heights c.s., tot op heden begroot op Cg 2.000,- aan gemachtigdensalaris;
- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 6 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter is dit vonnis ondertekend door de oudste rechter.