Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2026:209
2026-07-28
Civiel recht
SXM2024H00148
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Sint Maarten. Letsel wegens gat in de weg. Openbare weg. Bezitter opstal.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2023:1674 Hoge Raad 01-12-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.081 tekens)
Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: SXM202301267 – SXM2024H00148
Uitspraak: 28 juli 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[DE GELAEDEERDE],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND SINT MAARTEN,
gevestigd in Sint Maarten,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. R.F. Gibson jr. en D.I. Schram.
Partijen worden hierna [de gelaedeerde] en het Land genoemd.
1De zaak in het kort
Een Amerikaanse toeriste heeft letsel opgelopen. Zij stelt dat dit in Sint Maarten is gebeurd doordat zij ’s nachts op een slecht verlichte weg met haar voet is terechtgekomen in een gat in het wegdek. Zij vordert schadevergoeding van het Land. Het Gerecht heeft de vordering afgewezen op de grond dat niet kan worden aangenomen dat de bedoelde weg een openbare weg is en evenmin dat die weg een opstal is waarvan het Land bezitter is.
In dit hoger beroep wijst het Hof de vordering alsnog vrijwel geheel toe.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 6 december 2024 ingekomen akte van appel is [de gelaedeerde] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 29 oktober 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht).
2.2
Bij op 13 januari 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [de gelaedeerde] drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, haar vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van het Land in de proceskosten in beide instanties.
2.3
Bij op 18 maart 2025 ingekomen memorie van antwoord heeft het Land de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [de gelaedeerde] in de proceskosten in hoger beroep.
2.4
Op 22 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [de gelaedeerde] een pleitnota ingediend, met producties. Het Land heeft afgezien van het indienen van een pleitnota.
2.5
Bij akte van 18 maart 2026 heef het Land zich uitgelaten over de producties die aan de pleitnota van [de gelaedeerde] zijn gehecht.
2.6
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
3De beoordeling
3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.1
In Maho, Sint Maarten, bevindt zich de Nile Road. Het is een doodlopende zijweg van de Rhine Road. Om een auto vanaf de Rhine Road toe te laten op de Nile Road, moet een slagboom worden geopend. Voetgangers kunnen langs de slagboom lopen. Op een muur aan de Nile Road is een bord bevestigd met het opschrift: “No parking - private property”.
3.1.2
Op enig moment was er een gat in de Nile Road (hierna: een pothole).
3.1.3
Begin maart 2021 was [de gelaedeerde] als Amerikaanse toeriste in Sint Maarten.
3.1.4
In een schriftelijke verklaring van een Amerikaanse arts van 21 maart 2021 staat dat de pees van de linker hamstring van [de gelaedeerde] van het bot is afgescheurd.
3.1.5
De Nile Road is gelegen op het kadastrale perceel met meetbrief 2022/127. Het Land is bloot eigenaar van dit perceel. Bij akte van 31 mei 2024 heeft het Land het perceel (opnieuw) in erfpacht uitgegeven aan Resort of the World N.V. (hierna: de erfpachter). In de akte wordt onder meer het volgende aangehaald uit een ministeriële beschikking:
Dat de erfpachter ten aanzien van de voornoemde (openbare) wegen (...) te allen tijde directe toegang tot en over deze wegen zal verlenen (zonder enige financiële tegenprestatie) aan derden (...).
Verder staat in de akte als erfpachtvoorwaarde vermeld (onder de letter r):
De verlening van de erfpachtrechten geschiedt voorts onder de voorwaarde dat de in erfpacht uitgegeven wegen hun openbaar karakter zullen behouden. Veiligheidsvoorzieningen kunnen door de erfpachter worden aangebracht na toestemming van en nog onder nader door de minister te stellen voorwaarden.
Vorderingen
3.2
In dit geding heeft [de gelaedeerde] schadevergoeding gevorderd van USD 44.116,37, met rente en kosten. Zij heeft hiertoe het volgende gesteld, verkort weergegeven. [de gelaedeerde] is op de Nile Road met haar voet in een pothole terechtgekomen en ten val gekomen. Hierdoor heeft zij letsel opgelopen en schade geleden als gevorderd. Het Land is voor die schade aansprakelijk als wegbeheerder en bezitter van de Nile Road, die zowel een opstal als een openbare weg is.
Beslissingen van het Gerecht
3.3
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vordering afgewezen. Het Gerecht heeft geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat de Nile Road een openbare weg is en evenmin dat het Land bezitter van de Nile Road is.
Beoordeling door het Hof
De aansprakelijkheid van het Land
3.4
Blijkens de foto’s die in het geding zijn gebracht, is de Nile Road grotendeels bedekt met betonnen platen. Dit is een werk dat duurzaam met de grond is verenigd als bedoeld in art. 6:173 lid 3 BW. De Nile Road is daarmee een opstal als bedoeld in art. 6:174 lid 1 BW. Anders dan het Land heeft aangevoerd, is voor deze conclusie niet nodig dat het wegdek er vlakker of egaler uitziet dan op de foto’s is te zien.
3.5
Blijkens de eerste volzin van art. 6:174 lid 2 BW rust in geval van erfpacht de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Dat is in dit geval niet het Land. De aansprakelijkheid rust dus niet reeds op het Land uit hoofde van zijn hoedanigheid van (bloot) eigenaar. Niettemin rust de aansprakelijkheid (wellicht mede) op het Land, indien de Nile Road moet worden aangemerkt als een openbare weg in de zin van de tweede volzin van art. 6:174 lid 2 BW.
3.6
De vraag of de Nile Road een openbare weg is in de zin van de tweede volzin van art. 6:174 lid 2 BW, kan niet zonder meer worden beantwoord aan de hand van de Wegenverkeersverordening van Sint Maarten. Die verordening strekt ertoe verkeersregels voor weggebruikers te geven (en te bepalen op welke wegen de weggebruikers zich aan de verkeersregels moeten houden) en niet om te regelen welke wegen de overheid in goede staat dient te houden. Indien het Land aan een weg de bestemming van openbare weg heeft gegeven, is het aan het Land om die weg in goede staat te houden of te doen houden (vergelijk voor Nederland: art. 4 lid 1 onder iii Wegenwet 1930). Dit geldt ook als de weg feitelijk slechts beperkt toegankelijk is. Blijkens de erfpachtakte en de ministeriële beschikking waarnaar de akte verwijst, heeft het Land aan de Nile Road de bestemming van openbare weg gegeven. Daarom rust in dit geval de aansprakelijkheid (wellicht mede) op het Land (indien de Nile Road als gebrekkig in de zin van art. 6:174 lid 1 BW moet worden aangemerkt).
De toedracht van het ongeval
3.7 [
[de gelaedeerde] heeft gesteld dat zij op 4 maart 2021 rond 00.30 uur over de Nile Road liep, met haar voet in een pothole is terechtgekomen en daardoor ten val is gekomen.
3.8
Deze stellingen heeft [de gelaedeerde] onderbouwd met schermafdrukken ter onderbouwing van de stelling dat [de gelaedeerde] rond 3 maart 2021 in Sint Maarten was, een social media-bericht over uitgaan op de Nile Road, een foto van een pothole met een vrouw ernaast en een foto van de pothole zonder de vrouw (alles productie 1 bij inleidend verzoekschrift) en schriftelijke verklaringen van twee personen die verklaren bij het ongeval aanwezig te zijn geweest en die de door [de gelaedeerde] gestelde toedracht van het ongeval bevestigen (productie 2 bij conclusie van repliek).
3.9
In het licht van die onderbouwing heeft het Land zijn betwisting van de toedracht onvoldoende gemotiveerd. Het Hof neemt de door [de gelaedeerde] gestelde toedracht daarom als vaststaand aan.
De gebrekkigheid van de weg
3.10
Bij het antwoord op de vraag of een opstal voldoet aan de eisen die men daaraan uit het oogpunt van veiligheid in de gegeven omstandigheden mag stellen, komt het aan op de – naar objectieve maatstaven te beantwoorden – vraag of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn (zie: HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1674).
3.11
Op zichzelf kunnen aan wegen in Sint Maarten niet zonder meer dezelfde eisen gesteld worden als aan vergelijkbare wegen in Nederland of (delen van) de Verenigde Staten van Amerika. Rekening moet worden gehouden met budgettaire beperkingen van het Land, die dwingen tot keuzen bij het onderhoud van het wegennet. Verder moet rekening worden gehouden met regelmatig optredende storm- en orkaanschade, onder meer veroorzaakt door de orkaan Irma.
3.12
Niettemin is het Hof van oordeel dat de Nile Road ten tijde van het ongeval niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en daardoor gevaar voor personen en zaken opleverde. Hierbij zijn de volgende gezichtspunten van belang:
a. een pothole als hier aan de orde is erg gevaarlijk, zeker voor voetgangers;
b. de Nile Road ligt in een populaire druk bezochte toeristische omgeving en wordt mede gebruikt door feestgangers die alcoholische dranken hebben gedronken of om andere reden niet altijd voorzichtig zijn;
c. wellicht kan het Land (onder eigen verantwoordelijkheid van het Land) de Nile Road laten onderhouden op kosten van exploitanten van toeristische gelegenheden rond de Nile Road en/of de erfpachter (overigens is gesteld noch gebleken dat het Land het onderhoud van de Nile Road aldus heeft uitbesteed);
d. ten tijde van het ongeval was het alweer drie en een half jaar geleden dat de orkaan Irma Sint Maarten trof (op 6 september 2017);
e. in Sint Maarten wisselen perioden van droogte zich af met perioden van overvloedige regenval; dit verhoogt de kans op het ontstaan van potholes;
f. een pothole kan met eenvoudige middelen en weinig werk onschadelijk worden gemaakt.
In het midden kan blijven of de Nile Road ten tijde van het ongeval slecht verlicht was. Ook indien de verlichting goed was, voldeed de Nile Road vanwege de pothole niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook kan in het midden blijven of [de gelaedeerde] alcoholhoudende dranken had gedronken, en zo ja, hoeveel. Mogelijk alcoholgebruik door [de gelaedeerde] leidt ook niet tot vermindering van de schadevergoedingsplicht als bedoeld in art. 6:101 BW. Voor dit oordeel is het gezichtspunt van belang dat het Hof hiervoor onder b heeft genoemd. Verder is niet van belang of de Nile Road (primair) bestemd is voor voetgangers. Het Land heeft niet betwist dat voetgangers zonder moeite langs de slagboom op de Nile Road kunnen komen. Het Land heeft ook niet gewezen op een andere (laat staan een betere of meer voor de hand liggende) route voor [de gelaedeerde] om vanuit de We Lounge naar het Sonesta Maho Beach Resort te lopen en heeft de stelling van [de gelaedeerde] niet betwist dat zij via de enige ingang/uitgang liep.
Het letsel
3.13
Het Land heeft het causaal verband betwist tussen het ongeval en het letsel als omschreven in de medische verklaring van 21 maart 2021. Deze betwisting is onvoldoende gemotiveerd en wordt daarom gepasseerd. Het Land heeft niet (althans onvoldoende gemotiveerd) betwist dat de pees van de linker hamstring van [de gelaedeerde] van het bot is afgescheurd en heeft voor dat letsel geen mogelijke andere oorzaak genoemd. Het tijdverloop van slechts twee en een halve week tussen het ongeval op 4 maart 2021 in Sint Maarten en de medische verklaring van 21 maart 2021 in Amerika is reden om een andere oorzaak niet aannemelijk te achten.
De begroting van de schade
3.14 [
[de gelaedeerde] heeft haar schade als volgt begroot:
a. Gederfde inkomsten USD 19.465
b. Oppaskosten USD 1.170
c. Eigen bijdrage verzekering USD 3.626
d. Overige kosten USD 5.187
e. Immateriële schade USD 14.668
--------------- +
Totaal USD 44.116
3.15
De als gevolg van het ongeval geleden materiële schade wordt begroot aan de hand van de maatstaven van art. 6:97 en art. 6:98 BW. Bij de in art. 6:98 BW bedoelde toerekening van de schade aan het Land is van belang dat de aansprakelijkheid is gebaseerd op een veiligheidsnorm en dat sprake is van letselschade. Mede gelet daarop passeert het Hof alle bezwaren van het Land tegen de schadebegroting. Op grond van de met producties onderbouwde en in zoverre niet voldoende gemotiveerd betwiste stellingen van [de gelaedeerde] oordeelt het Hof dat alle materiële schade in causaal verband staat met het ongeval en dat alle gestelde soorten schade daadwerkelijk zijn geleden in de gestelde omvang.
3.16
De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld naar billijkheid (art. 6:106 BW). Het betreft hier een van het bot losgeraakte hamstring. Dat is erg pijnlijk en veroorzaakt beperkingen bij het staan en het lopen, zoals [de gelaedeerde] heeft gesteld en het Land niet voldoende gemotiveerd heeft betwist. Dit letsel rechtvaardigt toewijzing van het gevorderde bedrag. Nader onderzoek naar het concrete verloop van het genezingsproces is niet nodig.
3.17
Wettelijke rente is gevorderd vanaf 2 maart 2021. Op die datum had het ongeval nog niet plaatsgehad. De schade bestaat grotendeels uit kosten die na de datum van het ongeval zijn ontstaan. Het Hof zal de wettelijke rente over de gehele hoofdsom toewijzen vanaf 6 november 2023, de datum waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend.
3.18
Het hoger beroep slaagt grotendeels. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De vordering moet alsnog geheel worden toegewezen. Het Land zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt het Land om USD 44.116,37 aan [de gelaedeerde] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2023 tot aan de dag van de voldoening;
veroordeelt het Land in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van het [de gelaedeerde] gevallen en begroot op Cg 1.079,50 aan verschotten en Cg 3.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
veroordeelt het Land in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [de gelaedeerde] gevallen en tot op heden begroot op Cg 1.829,50 aan verschotten en Cg 6.250,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Zaaknummers: SXM202301267 – SXM2024H00148
Uitspraak: 28 juli 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[DE GELAEDEERDE],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND SINT MAARTEN,
gevestigd in Sint Maarten,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. R.F. Gibson jr. en D.I. Schram.
Partijen worden hierna [de gelaedeerde] en het Land genoemd.
1De zaak in het kort
Een Amerikaanse toeriste heeft letsel opgelopen. Zij stelt dat dit in Sint Maarten is gebeurd doordat zij ’s nachts op een slecht verlichte weg met haar voet is terechtgekomen in een gat in het wegdek. Zij vordert schadevergoeding van het Land. Het Gerecht heeft de vordering afgewezen op de grond dat niet kan worden aangenomen dat de bedoelde weg een openbare weg is en evenmin dat die weg een opstal is waarvan het Land bezitter is.
In dit hoger beroep wijst het Hof de vordering alsnog vrijwel geheel toe.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 6 december 2024 ingekomen akte van appel is [de gelaedeerde] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 29 oktober 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht).
2.2
Bij op 13 januari 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [de gelaedeerde] drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, haar vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van het Land in de proceskosten in beide instanties.
2.3
Bij op 18 maart 2025 ingekomen memorie van antwoord heeft het Land de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [de gelaedeerde] in de proceskosten in hoger beroep.
2.4
Op 22 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [de gelaedeerde] een pleitnota ingediend, met producties. Het Land heeft afgezien van het indienen van een pleitnota.
2.5
Bij akte van 18 maart 2026 heef het Land zich uitgelaten over de producties die aan de pleitnota van [de gelaedeerde] zijn gehecht.
2.6
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
3De beoordeling
3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.1
In Maho, Sint Maarten, bevindt zich de Nile Road. Het is een doodlopende zijweg van de Rhine Road. Om een auto vanaf de Rhine Road toe te laten op de Nile Road, moet een slagboom worden geopend. Voetgangers kunnen langs de slagboom lopen. Op een muur aan de Nile Road is een bord bevestigd met het opschrift: “No parking - private property”.
3.1.2
Op enig moment was er een gat in de Nile Road (hierna: een pothole).
3.1.3
Begin maart 2021 was [de gelaedeerde] als Amerikaanse toeriste in Sint Maarten.
3.1.4
In een schriftelijke verklaring van een Amerikaanse arts van 21 maart 2021 staat dat de pees van de linker hamstring van [de gelaedeerde] van het bot is afgescheurd.
3.1.5
De Nile Road is gelegen op het kadastrale perceel met meetbrief 2022/127. Het Land is bloot eigenaar van dit perceel. Bij akte van 31 mei 2024 heeft het Land het perceel (opnieuw) in erfpacht uitgegeven aan Resort of the World N.V. (hierna: de erfpachter). In de akte wordt onder meer het volgende aangehaald uit een ministeriële beschikking:
Dat de erfpachter ten aanzien van de voornoemde (openbare) wegen (...) te allen tijde directe toegang tot en over deze wegen zal verlenen (zonder enige financiële tegenprestatie) aan derden (...).
Verder staat in de akte als erfpachtvoorwaarde vermeld (onder de letter r):
De verlening van de erfpachtrechten geschiedt voorts onder de voorwaarde dat de in erfpacht uitgegeven wegen hun openbaar karakter zullen behouden. Veiligheidsvoorzieningen kunnen door de erfpachter worden aangebracht na toestemming van en nog onder nader door de minister te stellen voorwaarden.
Vorderingen
3.2
In dit geding heeft [de gelaedeerde] schadevergoeding gevorderd van USD 44.116,37, met rente en kosten. Zij heeft hiertoe het volgende gesteld, verkort weergegeven. [de gelaedeerde] is op de Nile Road met haar voet in een pothole terechtgekomen en ten val gekomen. Hierdoor heeft zij letsel opgelopen en schade geleden als gevorderd. Het Land is voor die schade aansprakelijk als wegbeheerder en bezitter van de Nile Road, die zowel een opstal als een openbare weg is.
Beslissingen van het Gerecht
3.3
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vordering afgewezen. Het Gerecht heeft geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat de Nile Road een openbare weg is en evenmin dat het Land bezitter van de Nile Road is.
Beoordeling door het Hof
De aansprakelijkheid van het Land
3.4
Blijkens de foto’s die in het geding zijn gebracht, is de Nile Road grotendeels bedekt met betonnen platen. Dit is een werk dat duurzaam met de grond is verenigd als bedoeld in art. 6:173 lid 3 BW. De Nile Road is daarmee een opstal als bedoeld in art. 6:174 lid 1 BW. Anders dan het Land heeft aangevoerd, is voor deze conclusie niet nodig dat het wegdek er vlakker of egaler uitziet dan op de foto’s is te zien.
3.5
Blijkens de eerste volzin van art. 6:174 lid 2 BW rust in geval van erfpacht de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Dat is in dit geval niet het Land. De aansprakelijkheid rust dus niet reeds op het Land uit hoofde van zijn hoedanigheid van (bloot) eigenaar. Niettemin rust de aansprakelijkheid (wellicht mede) op het Land, indien de Nile Road moet worden aangemerkt als een openbare weg in de zin van de tweede volzin van art. 6:174 lid 2 BW.
3.6
De vraag of de Nile Road een openbare weg is in de zin van de tweede volzin van art. 6:174 lid 2 BW, kan niet zonder meer worden beantwoord aan de hand van de Wegenverkeersverordening van Sint Maarten. Die verordening strekt ertoe verkeersregels voor weggebruikers te geven (en te bepalen op welke wegen de weggebruikers zich aan de verkeersregels moeten houden) en niet om te regelen welke wegen de overheid in goede staat dient te houden. Indien het Land aan een weg de bestemming van openbare weg heeft gegeven, is het aan het Land om die weg in goede staat te houden of te doen houden (vergelijk voor Nederland: art. 4 lid 1 onder iii Wegenwet 1930). Dit geldt ook als de weg feitelijk slechts beperkt toegankelijk is. Blijkens de erfpachtakte en de ministeriële beschikking waarnaar de akte verwijst, heeft het Land aan de Nile Road de bestemming van openbare weg gegeven. Daarom rust in dit geval de aansprakelijkheid (wellicht mede) op het Land (indien de Nile Road als gebrekkig in de zin van art. 6:174 lid 1 BW moet worden aangemerkt).
De toedracht van het ongeval
3.7 [
[de gelaedeerde] heeft gesteld dat zij op 4 maart 2021 rond 00.30 uur over de Nile Road liep, met haar voet in een pothole is terechtgekomen en daardoor ten val is gekomen.
3.8
Deze stellingen heeft [de gelaedeerde] onderbouwd met schermafdrukken ter onderbouwing van de stelling dat [de gelaedeerde] rond 3 maart 2021 in Sint Maarten was, een social media-bericht over uitgaan op de Nile Road, een foto van een pothole met een vrouw ernaast en een foto van de pothole zonder de vrouw (alles productie 1 bij inleidend verzoekschrift) en schriftelijke verklaringen van twee personen die verklaren bij het ongeval aanwezig te zijn geweest en die de door [de gelaedeerde] gestelde toedracht van het ongeval bevestigen (productie 2 bij conclusie van repliek).
3.9
In het licht van die onderbouwing heeft het Land zijn betwisting van de toedracht onvoldoende gemotiveerd. Het Hof neemt de door [de gelaedeerde] gestelde toedracht daarom als vaststaand aan.
De gebrekkigheid van de weg
3.10
Bij het antwoord op de vraag of een opstal voldoet aan de eisen die men daaraan uit het oogpunt van veiligheid in de gegeven omstandigheden mag stellen, komt het aan op de – naar objectieve maatstaven te beantwoorden – vraag of de opstal, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn (zie: HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1674).
3.11
Op zichzelf kunnen aan wegen in Sint Maarten niet zonder meer dezelfde eisen gesteld worden als aan vergelijkbare wegen in Nederland of (delen van) de Verenigde Staten van Amerika. Rekening moet worden gehouden met budgettaire beperkingen van het Land, die dwingen tot keuzen bij het onderhoud van het wegennet. Verder moet rekening worden gehouden met regelmatig optredende storm- en orkaanschade, onder meer veroorzaakt door de orkaan Irma.
3.12
Niettemin is het Hof van oordeel dat de Nile Road ten tijde van het ongeval niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en daardoor gevaar voor personen en zaken opleverde. Hierbij zijn de volgende gezichtspunten van belang:
a. een pothole als hier aan de orde is erg gevaarlijk, zeker voor voetgangers;
b. de Nile Road ligt in een populaire druk bezochte toeristische omgeving en wordt mede gebruikt door feestgangers die alcoholische dranken hebben gedronken of om andere reden niet altijd voorzichtig zijn;
c. wellicht kan het Land (onder eigen verantwoordelijkheid van het Land) de Nile Road laten onderhouden op kosten van exploitanten van toeristische gelegenheden rond de Nile Road en/of de erfpachter (overigens is gesteld noch gebleken dat het Land het onderhoud van de Nile Road aldus heeft uitbesteed);
d. ten tijde van het ongeval was het alweer drie en een half jaar geleden dat de orkaan Irma Sint Maarten trof (op 6 september 2017);
e. in Sint Maarten wisselen perioden van droogte zich af met perioden van overvloedige regenval; dit verhoogt de kans op het ontstaan van potholes;
f. een pothole kan met eenvoudige middelen en weinig werk onschadelijk worden gemaakt.
In het midden kan blijven of de Nile Road ten tijde van het ongeval slecht verlicht was. Ook indien de verlichting goed was, voldeed de Nile Road vanwege de pothole niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook kan in het midden blijven of [de gelaedeerde] alcoholhoudende dranken had gedronken, en zo ja, hoeveel. Mogelijk alcoholgebruik door [de gelaedeerde] leidt ook niet tot vermindering van de schadevergoedingsplicht als bedoeld in art. 6:101 BW. Voor dit oordeel is het gezichtspunt van belang dat het Hof hiervoor onder b heeft genoemd. Verder is niet van belang of de Nile Road (primair) bestemd is voor voetgangers. Het Land heeft niet betwist dat voetgangers zonder moeite langs de slagboom op de Nile Road kunnen komen. Het Land heeft ook niet gewezen op een andere (laat staan een betere of meer voor de hand liggende) route voor [de gelaedeerde] om vanuit de We Lounge naar het Sonesta Maho Beach Resort te lopen en heeft de stelling van [de gelaedeerde] niet betwist dat zij via de enige ingang/uitgang liep.
Het letsel
3.13
Het Land heeft het causaal verband betwist tussen het ongeval en het letsel als omschreven in de medische verklaring van 21 maart 2021. Deze betwisting is onvoldoende gemotiveerd en wordt daarom gepasseerd. Het Land heeft niet (althans onvoldoende gemotiveerd) betwist dat de pees van de linker hamstring van [de gelaedeerde] van het bot is afgescheurd en heeft voor dat letsel geen mogelijke andere oorzaak genoemd. Het tijdverloop van slechts twee en een halve week tussen het ongeval op 4 maart 2021 in Sint Maarten en de medische verklaring van 21 maart 2021 in Amerika is reden om een andere oorzaak niet aannemelijk te achten.
De begroting van de schade
3.14 [
[de gelaedeerde] heeft haar schade als volgt begroot:
a. Gederfde inkomsten USD 19.465
b. Oppaskosten USD 1.170
c. Eigen bijdrage verzekering USD 3.626
d. Overige kosten USD 5.187
e. Immateriële schade USD 14.668
--------------- +
Totaal USD 44.116
3.15
De als gevolg van het ongeval geleden materiële schade wordt begroot aan de hand van de maatstaven van art. 6:97 en art. 6:98 BW. Bij de in art. 6:98 BW bedoelde toerekening van de schade aan het Land is van belang dat de aansprakelijkheid is gebaseerd op een veiligheidsnorm en dat sprake is van letselschade. Mede gelet daarop passeert het Hof alle bezwaren van het Land tegen de schadebegroting. Op grond van de met producties onderbouwde en in zoverre niet voldoende gemotiveerd betwiste stellingen van [de gelaedeerde] oordeelt het Hof dat alle materiële schade in causaal verband staat met het ongeval en dat alle gestelde soorten schade daadwerkelijk zijn geleden in de gestelde omvang.
3.16
De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld naar billijkheid (art. 6:106 BW). Het betreft hier een van het bot losgeraakte hamstring. Dat is erg pijnlijk en veroorzaakt beperkingen bij het staan en het lopen, zoals [de gelaedeerde] heeft gesteld en het Land niet voldoende gemotiveerd heeft betwist. Dit letsel rechtvaardigt toewijzing van het gevorderde bedrag. Nader onderzoek naar het concrete verloop van het genezingsproces is niet nodig.
3.17
Wettelijke rente is gevorderd vanaf 2 maart 2021. Op die datum had het ongeval nog niet plaatsgehad. De schade bestaat grotendeels uit kosten die na de datum van het ongeval zijn ontstaan. Het Hof zal de wettelijke rente over de gehele hoofdsom toewijzen vanaf 6 november 2023, de datum waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend.
3.18
Het hoger beroep slaagt grotendeels. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De vordering moet alsnog geheel worden toegewezen. Het Land zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt het Land om USD 44.116,37 aan [de gelaedeerde] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2023 tot aan de dag van de voldoening;
veroordeelt het Land in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van het [de gelaedeerde] gevallen en begroot op Cg 1.079,50 aan verschotten en Cg 3.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
veroordeelt het Land in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [de gelaedeerde] gevallen en tot op heden begroot op Cg 1.829,50 aan verschotten en Cg 6.250,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.