Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2017:80

2017-05-08 Civiel recht HLAR 79714/16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2017-05-08
Publicatiedatum
2017-09-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
HLAR 79714/16
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Een veroordeling van de kosten op grond van artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak kan alleen betrekking hebben op de kosten die de indiener van het hogerberoepschrift heeft gemaakt.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.340 tekens)
HLAR 79714/16
Datum uitspraak: 8 mei 2017




gemeenschappelijk hof van jusTitie


van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN


EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA





Uitspraak op het verzoek van:



de naamloze vennootschap NETstar N.V. (hierna: de vennootschap),
verzoekster,



om proceskostenveroordeling op de voet van artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) in geval van intrekking van het hoger beroep.





Procesverloop


De minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 4 april 2016 van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten in zaak nr. LAR 109 van 2015.



De minister heeft het hoger beroep ingetrokken.



De vennootschap heeft het Hof verzocht te minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.



Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat, en de vennootschap, vertegenwoordigd door mr. P.P. Soons, advocaat, zijn verschenen.



Overwegingen
Ingevolge artikel 50, tiende lid, van de Lar, voor zover thans van belang, gelezen in samenhang met artikel 77, eerste lid, van die landsverordening, kan, in geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de betreffende partij is tegemoet gekomen, het betrokken overheidslichaam op verzoek van die partij bij afzonderlijke uitspraak in de kosten, bedoeld in het negende lid, worden veroordeeld.
Een veroordeling van de kosten op grond van deze bepaling kan alleen betrekking hebben op de kosten die de indiener van het hogerberoepschrift heeft gemaakt. Voor toewijzing van het verzoek van de vennootschap biedt deze bepaling geen grondslag.
Het betoog van de vennootschap dat artikel 50, tiende lid, van de Lar in strijd is met artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), faalt. De Hoge Raad (arrest van 29 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1456) heeft niet uitgesloten dat de burgerlijke rechter ter zake van de proceskostenvergoeding onder omstandigheden aanvullende rechtsbescherming biedt. Die rechtsgang voldoet aan de eisen die artikel 6, eerste lid, van het EVRM daaraan stelt.
Het verzoek moet worden afgewezen.
Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:



wijst het verzoek af.



Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.











w.g. Van der Poel
voorzitter


w.g. Beerse
griffier








Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2017



Verzonden: 8 mei 2017