Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

ECLI:NL:OGEAM:2026:115

2026-08-18 Civiel recht SXM202500989
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Uitspraakdatum
2026-08-18
Publicatiedatum
2026-08-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SXM202500989
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Koop van appartementen complex Fourteen in Sint Maarten. Levering aan ander dan kopers. Een van de kopers betwist de contractovername. Bewijsopdracht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (32.895 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN


Zaaknummer: SXM202500989
Vonnisdatum: 18 augustus 2026



in de zaak van




[eiseres],

wonende in Saint Martin (Frankrijk),
eiseres,
gemachtigde: mr. C.R. Rutte, mr. H. Naas,





tegen






1de vennootschap naar vreemd rechtPALMER & SPRING LIMITED,

gevestigd in Road Town, Tortola (British Virgin Islands),
gedaagde,
gemachtigde: mr. J.G. Snow,





2[gedaagde 2],

zonder bekende woonplaats in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. J.G. Snow en





3de besloten vennootschapF.T. DEVELOPMENT B.V.,

gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: voorheen mr. J.G. Bloem, nu zonder gemachtigde.




Partijen zullen hierna [eiseres], Palmer, [gedaagde 2] en FT worden genoemd.





De zaak in het kort

[gedaagde 2] en [eiseres] hebben in 2018 onder meer 10 appartementen gekocht in het nog te bouwen complex Fourteen in Sint Maarten. De appartementen zijn in 2022 geleverd aan Palmer. [eiseres] vordert in 2025 vernietiging van de overeenkomst tot levering. Zij stelt dat zij geen toestemming heeft gegeven voor de contractovername door Palmer. Het Gerecht draagt [gedaagde 2] en Palmer op te bewijzen dat [eiseres] die toestemming wel heeft gegeven.




The Case in Brief

In 2018, [gedaagde 2] and [eiseres] purchased, among other things, 10 apartments in the Fourteen complex in Sint Maarten, which was still under construction at the time. The apartments were delivered to Palmer in 2022. In 2025, [eiseres] sought to have the delivery agreement set aside. She claims that she did not give her consent to Palmer’s assumption of the contract. The Court orders [gedaagde 2] and Palmer to prove that [eiseres] did in fact give that consent.





1Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:


het inleidend verzoekschrift, op 15 september 2025 ter griffie ingediend;


de conclusie van antwoord van 14 april 2026, tevens eis in reconventie aan de zijde van Palmer en [gedaagde 2];


de conclusie van antwoord van 14 april 2026 aan de zijde van FT;


de akte houdende “uitlating van essentiële stellingen en overleggen van extra producties” aan de zijde van Palmer en [gedaagde 2];


de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseres].





1.2.
De mondelinge behandeling was bepaald op 18 juni 2026. Alle partijen waren aanwezig, maar toen is gebleken dat door een fout van de bodedienst van de gemachtigde van Palmer en [gedaagde 2], hun tijdig bij het Gerecht afgegeven akte niet bij de wederpartijen was afgeleverd. Partijen waren vervolgens alle akkoord met een aanhouding van de comparitie tot de volgende dag, 19 juni 2026. Omdat het Gerecht geen vragen voor FT had, en de andere partijen ook niet en FT het zelf niet nodig vond een nadere toelichting te geven, is afgesproken dat FT op die volgende zitting niet meer aanwezig hoefde te zijn.



1.3.
De mondelinge behandeling heeft daarna op 19 juni 2026 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen vragen van het Gerecht beantwoord en hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.



1.4.
Vonnis is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1. [
eiseres] is op 15 maart 2018 in Frankrijk gehuwd met [gedaagde 2]. Volgens het toepasselijke huwelijksgoederenregime vallen alle goederen van beide echtgenoten in de gemeenschap van goederen.


2.2.
Zij hebben bij schriftelijke koopovereenkomst van 11 april 2018 twaalf appartementsrechten gekocht voor tien appartementen en twee opbergruimten in het toen nog te bouwen pand Fourteen. De koopprijs bedroeg USD 2.600.000. De verplichte aanbetaling van USD 260.000 is door [gedaagde 2] van zijn privé-rekening betaald.



2.3. [
eiseres] en [gedaagde 2] hebben nadien nog diverse appartement(srecht)en gekocht van FT. Ook deze appartementen moesten alle nog gebouwd worden.



2.4.

Een schriftelijk stuk, gedateerd 21 januari 2019, luidt als volgt:

To whom it may concern.


We, [eiseres] and [gedaagde 2],


Assign all rights and obligations under the 'Promise of Sale and Purchase Agreement' we contracted with M.B.R Management N.V. on 11 April 2018 for the purchase of 10 units [nummers] in the Fourteen Tower A - Mullet Bay - St Maarten,


To Palmer & Spring Ltd as Trustee of RC Trust.


Palmer & Spring Ltd. as Trustee of RC Trust will be the sole purchaser and owner of the units in the Fourteen A Tower.

Written in La Conversion, Jan 21, 2019




Hieronder staan de namen [gedaagde 2], [eiseres] en MBR Management, met telkens daaronder een handtekening.



Palmer is de Trustee van RC Trust.




2.5.
Op 3 december 2019 is met betrekking tot hetzelfde complex door dezelfde partijen een “addendum/amendment” agreement getekend, waarin een koopprijs van USD 2.912.000 wordt vermeld.


2.6.

Een schriftelijk stuk, getiteld “Assignment” (hierna in dit vonnis telkens vermeld als Assignment), luidt voor zover relevant als volgt:

ASSIGNMENT


The undersigned:


1.[gedaagde 2];


[eiseres];


Together referred to as: "[gedaagde 2]";


and



2. Mr. [advocaat], with office address at [adres] Zürich, Switzerland;


by these presents acting as director of PALMER & SPRING LIMITED

WHEREAS


- [gedaagde 2] has signed on April 11, 2018, and on December 3, 2019, respectively an



agreement and an addendum/amendment agreement to purchase from FT Development Ltd. for a total purchase price of US$ 2,912,000.00, the hereinafter described immovable properties;


[gedaagde 2] has agreed to transfer and assign all their rights resulting of the said agreements to: PALMER & SPRING, in its capacity as Trustee of RC TRUST;


THEREFORE:


[gedaagde 2] hereby declares to have assigned to PALMER & SPRING, as Trustee of RC TRUST, all [gedaagde 2]'s rights resulting of the purchase of:


i. i) the residential units to be found in the 07th Level of Tower A; locally known as Fourteen [nummers];


ii) the residential units to be found in the 08th Level of Tower A; locally known as Fourteen [nummers];


iii) the easement rights to the exclusive use of the common property in said 07th Level and 08th Level;


iv) the storage spaces in the basement of Tower A, with indices [nummers];

PALMER & SPRING hereby declares to have accepted this assignment and declares to accept all the obligations mentioned in the agreement of sale and purchase with addendum/amendment and declares having received a copy of the abovementioned sale and purchase agreement and addendum/amendment.


Deze Assignment is volgens de ondertekening ondertekend op 13 januari 2022 in Zürich door [advocaat]. Boven de namen [gedaagde 2] en [eiseres] is de plaats voor de handtekeningen niet ingevuld.



2.7.
Door [gedaagde 2] is deze Assignment ook overgelegd, ditmaal voorzien van digitale handtekeningen van [gedaagde 2] en [eiseres].



2.8.

Bij notariële akte van 24 januari 2022 heeft FT aan Palmer de twaalf appartementsrechten geleverd, die [gedaagde 2] en [eiseres] op 11 april 2018 van FT hadden gekocht. De leveringsakte vermeldt onder andere het volgende:

"Concluded agreement


The Seller entered into a sale and purchase agreement regarding the


hereinafter described immovable property originally with a third party,


which agreement was executed on April eleventh two thousand


eighteen. Said third party has assigned by assignment agreement


dated January thirteenth, two thousand twenty-two, its buyer's right


described in said agreement to Buyer, who has accepted same as


Trustee of abovementioned RC Trust. Seller has confirmed and


acknowledged said assignment and has confirmed to have sold to


Buyer the herein after described immovable properties."

De vermelde koopprijs is USD 2.646.800.




2.9.
FT heeft de eerder gedane aanbetaling van USD 260.000 aan [gedaagde 2] terugbetaald. De appartementen zijn vervolgens gebouwd. RC Trust en/of Palmer heeft de bouw en de inrichting van de appartementen betaald.



2.10. [
eiseres] heeft op 16 mei 2025 verlof gevraagd en gekregen om ten laste van Palmer conservatoir beslag tot levering te leggen op de twaalf appartementsrechten. Die beslagen zijn op 21 mei 2025 gelegd.


2.11.
De echtscheiding tussen [eiseres] en [gedaagde 2] is bij beschikking van dit Gerecht van 27 augustus 2025 uitgesproken.





3Het geschil


3.1. [

eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraada. te verklaren voor recht dat de cessie van de (leverings)rechten van [eiseres] en [gedaagde 2] ter zake de appartementsrechten zoals die gespecificeerd zijn in het verzoekschrift aan Palmer & Spring, dan wel — voor zover geen sprake van cessie zou zijn, maar van contractsovername - de overname van de koopovereenkomst ter zake de appartementsrechten door Palmer & Spring in zijn geheel alsdan, nietig
is, althans niet (rechtsgeldig) tot stand is gekomen, en (althans) dat de (leverings)rechten ter zake de appartementsrechten nimmer op Palmer & Spring zijn overgegaan;

b. te verklaren voor recht dat de levering door FT aan Palmer & Spring van de appartementsrechten zoals die gespecificeerd zijn in het verzoekschrift nietig is, althans dat deze levering nimmer (rechtsgeldig) tot stand is gekomen, en (althans) dat de eigendom van de betreffende onroerende zaken nimmer op Palmer & Spring is overgegaan vanwege het ontbreken van een daaraan ten grondslag liggende geldige titel, alsmede daartoe te bepalen dat het te dezen te wijzen vonnis in de openbare registers kan worden ingeschreven op de voet van artikel 3:17 lid 1, aanhef en onder e BW;
Voorts in het verlengde daarvan, primair:
c. FT te veroordelen om de appartementsrechten zoals die gespecificeerd zijn in het verzoekschrift alsnog te leveren aan de daadwerkelijke kopers, te weten [eiseres] en [gedaagde 2], overeenkomstig de Koopovereenkomst van 11 april 2018, vrij van hypotheken en beslagen, binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis;
d. te bepalen dat het te dezen te wijzen vonnis in de plaats treedt van de akte van levering van de appartementsrechten, zoals die gespecificeerd zijn in het verzoekschrift, van FT aan [eiseres] en [gedaagde 2], indien FT na de aan haar onder c. van dit petitum gestelde termijn in gebreke blijft de levering aan [eiseres] en [gedaagde 2] te verrichten of voor het geval het hiervoor onder c. van het petitum gevorderde niet zou worden toegewezen;

althans subsidiair:
e. voor zover het hiervoor primair onder c. en/of d. gevorderde niet wordt toegewezen en/of voor zover de levering van de appartementsrechten aan [eiseres] en [gedaagde 2] om welke reden dan ook niet mogelijk blijkt te zijn, voor recht te verklaren dat [eiseres] ten gevolge van de onrechtmatige handelwijze van [gedaagde 2] en Palmer & Spring en/of de ongerechtvaardigde verrijking van Palmer & Spring, die voortvloeit uit het in strijd met de wet overdragen van de (leverings)rechten ter zake de appartementsrechten en de daarop volgende, eveneens met de wet strijdige levering en overdracht van deze appartementsrechten aan Palmer & Spring en de ter zake door hen verrichte handelingen die dit hebben gefaciliteerd, schade heeft geleden die gewaardeerd dient te worden op 50% van de totale marktwaarde van de appartementsrechten, en dat Palmer & Spring en [gedaagde 2] voor die schade hoofdelijk aansprakelijk zijn;
f. Palmer & Spring en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen ten titel van schadevergoeding om aan [eiseres] te betalen een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
en in alle gevallen:
g. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, inclusief de kosten van de conservatoire beslagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.


3.2. [

eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op enig moment heeft [eiseres] geconstateerd dat twaalf (12) van de appartement(srecht)en Fourteen zonder haar medeweten en zonder haar medewerking door FT zijn geleverd aan Palmer, die daarbij handelde in haar hoedanigheid van Trustee van RC Trust, een trust naar het recht van Guernsey. Volgens de leveringsakte lag aan die levering een "assignment agreement" als titel ten grondslag die kennelijk mede door [eiseres] zou zijn ondertekend en waarbij [gedaagde 2] en [eiseres] hun (leverings)rechten uit de koopovereenkomst met FT beweerdelijk zouden hebben overgedragen aan Palmer. [eiseres] ontkent met de grootst mogelijke stelligheid dat zij haar handtekening op deze assignment agreement of enig ander document met een dergelijke of soortgelijke strekking heeft gezet. Op basis van artikel 3:170 lid 3 BW was voor een rechtsgeldige overdracht van de rechten uit de koopovereenkomst tussen FT enerzijds en [eiseres] en [gedaagde 2] anderzijds evenwel de medewerking (en dus de handtekening) van [eiseres] vereist. Nu zij die medewerking daaraan niet heeft verleend, heeft Palmer nooit enig (leverings)recht ter zake de bewuste appartementsrechten verkregen en zijn de twaalf (12) appartementsrechten niet krachtens geldige titel aan Palmer geleverd zoals artikel 3:84 lid 1 BW voorschrijft, met nietigheid van de overdracht van deze appartementsrechten van FT aan Palmer tot gevolg.
[eiseres] vordert primair dat de betreffende appartementsrechten (alsnog) worden geleverd aan de goederenrechtelijke gemeenschap ex artikel 3:166 lid 1 BW, die ongeacht de intussen uitgesproken echtscheiding en daarmee samenhangende ontbinding van de huwelijksgemeenschap tussen [eiseres] en [gedaagde 2] voor de (leveringsrechten) aangaande de appartementsrechten bestaat.Voor zover dat om welke reden ook onmogelijk zou zijn, vordert [eiseres] subsidiair dat zij zal worden vergoed voor de alsdan door haar geleden schade op grond van onrechtmatige daad van Palmer en [gedaagde 2] en/of ongerechtvaardigde verrijking van Palmer.



3.3. [
gedaagde 2] en Palmer hebben het volgende tot verweer gevoerd. [gedaagde 2] en [eiseres] hebben op 15 juni 2018 in Zürich in Zwitserland een bespreking gehad op het kantoor van de beheerder (de Trustee) van RC Trust en er is toen afgesproken om de eigendom en financiering van de tien appartementen met de twee opbergruimtes geheel over te laten aan RC Trust en de rechten en plichten uit de koopovereenkomst van 11 april 2018 over te dragen aan RC Trust, althans aan een door RC Trust aan te wijzen beheerder, genaamd Palmer & Spring. Vanaf dat moment was [eiseres] er dus van op de hoogte. Zij heeft haar toestemming hiervoor gegeven.Het stuk van 21 januari 2019 is daadwerkelijk door [eiseres] getekend en er is geen sprake van een vervalsing.



3.4.
Palmer stelt dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Zij vordert daarom in reconventie opheffing van de hiervoor in 2.10. omschreven conservatoire beslagen, op verbeurte van een dwangsom.



3.5.
FT voert als verweer aan dat zij geen partij was bij de interne verhouding tussen [gedaagde 2] en [eiseres] en ook niet was betrokken bij de door [eiseres] gestelde onregelmatigheden bij de overname van het contract door Palmer.


3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






4De beoordeling


Bevoegde rechter


4.1.
De vorderingen hebben betrekking op de vernietiging van een leveringsakte die betrekking heeft op onroerende zaken in Sint Maarten. Het Gerecht van Sint Maarten is daarom bevoegd.Toepasselijk recht


4.2. [
[gedaagde 2] stelt dat het Franse recht van toepassing is, omdat partijen dat in hun echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen. Dat convenant heeft echter geen betrekking op vorderingen, zoals nu in deze procedure aan de orde zijn. Het Gerecht gaat daarom aan deze rechtskeuze voorbij en zal het recht van Sint Maarten toepassen.Nietige procedure ten opzichte van [gedaagde 2]


4.3. [
[gedaagde 2] stelt dat hij niet in deze procedure is opgeroepen en voert daarom als verweer dat de procedure ten opzichte van hem nietig is. Het Gerecht verwerpt dit verweer. Allereerst omdat zich bij de dossierstukken de oproep van [gedaagde 2] door de deurwaarder bevindt, gedateerd 3 oktober 2025. Het exploot is gelaten aan de gekozen woonplaats van [gedaagde 2] en afgegeven aan de gemachtigde van [gedaagde 2]. Bovendien is [gedaagde 2] in de procedure verschenen.Inhoudelijke overwegingen


4.4.
Op initiatief van de transporterende notaris is voorafgaande aan de levering van de appartementen aan Palmer de Assignment opgesteld. Daarin wordt vermeld dat [gedaagde 2] en [eiseres] eerder waren overeengekomen dat zij al hun rechten uit de eerdere koopovereenkomsten van de appartementen hadden overgedragen aan Palmer (zie 2.6 hiervoor).De appartementen zijn bij akte van 24 januari 2022 aan Palmer geleverd (zie 2.8 hiervoor). Voor de bevoegdheid van Palmer om de appartementen te kopen en geleverd te krijgen, wordt in de akte verwezen naar de Assignment.


4.5.
Alle vorderingen van [eiseres] zijn terug te voeren op haar stelling dat zij geen toestemming heeft verleend voor de overdracht van het koopcontract aan Palmer. Zij betwist zowel de geldigheid van de ‘cessie’ van 21 januari 2019 als de Assignment van 13 januari 2022. [eiseres] stelt ook geen toestemming te hebben gegeven voor het digitaal ondertekenen van de Assignment.Rechtsverwerking


4.6.
Palmer voert als verweer aan dat [eiseres] haar rechten verwerkt heeft om de teruglevering te vorderen. Van rechtsverwerking zou in dit geval mogelijk sprake kunnen zijn, als Palmer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [eiseres] haar rechten niet langer zou uitoefenen. Het Gerecht verwerpt dit beroep echter, omdat de eigen stelling van Palmer nu juist is dat [eiseres] geen recht op teruglevering heeft en ook nooit heeft gehad. Dan kan [eiseres] bij Palmer ook niet het vertrouwen hebben opgewekt, dat zij dat recht niet zou uitoefenen.Verjaring


4.7.
Het Gerecht verwerpt ook het beroep van Palmer op verjaring. [eiseres] vordert de vernietiging van een rechtshandeling. Partijen gaan terecht uit van een verjaringstermijn van drie jaren. [eiseres] stelt dat zij pas eind oktober 2024 op de hoogte raakte van de overgang van de overeenkomst naar Palmer. Behalve haar stelling dat [eiseres] al sinds 2018 van die overdracht op de hoogte was, heeft Palmer niet onderbouwd dat een eerdere datum van wetenschap van [eiseres] aan de orde zou zijn. Haar vorderingen zijn op 9 september 2025 ingesteld, dus tijdig.De positie van FT als ontwikkelaar en verkoper


4.8.
FT voert als verweer aan dat zij geen partij was bij de interne verhouding tussen [gedaagde 2] en [eiseres] en ook niet was betrokken bij de door [eiseres] gestelde onregelmatigheden bij de overname van het contract door Palmer. Het Gerecht is met FT van oordeel dat zij mocht afgaan op de juistheid van de aan haar gepresenteerde stukken, waaruit bleek van instemming van [eiseres] met de contractovername door Palmer. FT mocht redelijkerwijs aannemen dat de handtekening van [eiseres] echt was. Dat FT te goeder trouw was, is echter niet bepalend voor de vraag of de levering geldig is. Dat hangt ook nog af van de geldigheid van de titel en die wordt juist door [eiseres] betwist.Het beroep op artikel 1:88 lid 1 onder a BW


4.9.
Hoewel zij dat in de procedure tegen FT niet uitdrukkelijk naar voren heeft gebracht, stelt [eiseres] zich op het standpunt dat de levering van de appartementsrechten ook nietig is, omdat voor de overeenkomst tot de contractovername haar toestemming nodig was op grond van artikel 1:88 lid 1 onder a BW. Dat standpunt verwerpt het Gerecht. Voor zover hier van belang, ziet die bepaling namelijk op de bescherming van beide echtgenoten tegen rechtshandelingen die betrekking hebben op de bewoonde woning. Hier is echter geen sprake van een woning; er stond ten tijde van de overdracht zelfs nog geen gebouw.De toestemming van [eiseres]


4.10. [
[gedaagde 2] en Palmer hebben het volgende aangevoerd over de bespreking op 15 juni 2018 in Zürich, twee maanden na het sluiten van de initiële koopovereenkomst. [gedaagde 2] had – kennelijk – een aanvraag gedaan bij RC Trust om geld aan [gedaagde 2] en [eiseres] te laten uitkeren om de achtereenvolgende tranches van de koopsom van de appartementen te kunnen betalen. Het bleek echter niet voordelig om RC Trust geld aan hen te laten uitkeren, want dat zou een onmiddellijke belastingheffing betekenen. [gedaagde 2] en [eiseres] wilden hun eigen geld liever reserveren voor de aankoop van andere panden op hun eigen naam in Sint Maarten. Daarom verzochten ze beheerder Palmer van RC Trust of die ermee akkoord zou gaan om een deel van het vermogen van de trust te investeren (in plaats van uit te keren) in de aankoop van appartementen in het Fourteen-complex. Hiertoe ontmoetten ze de feitelijke beheerders op 15 juni 2018 in Zürich, op het kantoor van mr. [advocaat]. Toen is de overdracht besproken en goedgekeurd. [eiseres] was daarom volledig op de hoogte van de overdracht aan Palmer, aldus [gedaagde 2].


4.11. [
[eiseres] betwist niet dat zij op 15 juni 2018 aanwezig is geweest bij deze bespreking. Zij stelt ook niet dat zij de bespreking niet begreep vanwege de taal, hoewel haar advocaat dat in een brief van 9 juni 2025 nog wel had gesteld. In die brief wordt vermeld dat [eiseres] bij het bezoek aan het kantoor van mr. [advocaat] niet was betrokken bij concrete discussies over een “private family foundation in St. Maarten for the ownership of the apartments (also in view of her limited knowledge of English)”. [eiseres] betwist wel dat er tijdens die bespreking is gesproken over de overdracht van de appartementsrechten. Het gaat hier om een vooropgezet plan van [gedaagde 2] om [eiseres] buitenspel te zetten, aldus [eiseres].


4.12.
Het Gerecht verwerpt het standpunt dat de contractovername een vooropgezet plan van [gedaagde 2] zou zijn ten nadele van [eiseres]. Allereerst omdat [eiseres] niet heeft onderbouwd, waarom de overname achter haar rug om dan al enkele maanden na het tekenen van het koopcontract zou zijn gebeurd. Als [gedaagde 2] het ‘plan’ al vanaf het begin zou hebben gehad, zou hij de appartementen toch ook direct door Palmer hebben kunnen laten kopen? En daarnaast staat vast dat er na 2018, 2019 en 2022 nog verschillende onroerende zaken door [gedaagde 2] zijn aangekocht, die op naam van [gedaagde 2] en [eiseres] zijn gezet. Hieronder ook een vijfkamerappartement in complex Fourteen, dat [eiseres] nog steeds exploiteert voor vakantieverhuur.


4.13.
Het Gerecht is het verder met [gedaagde 2] eens dat het opmerkelijk is dat [eiseres] pas in maart 2025 over deze kwestie opheldering heeft gevraagd. Dat was enkele maanden nadat partijen als echtgenoten uit elkaar waren gegaan, terwijl er in de periode daarvoor diverse onroerende zaak transacties waren uitgevoerd, waarbij [eiseres] ook was betrokken. Dat een koopovereenkomst wordt gevolgd door betaling van de koopprijs en levering, had [eiseres] daardoor ook al diverse malen eerder meegemaakt. Het is dan opvallend dat zij over deze 10 appartementen nooit eerder vragen heeft gesteld, terwijl vaststaat dat de koopprijs niet door [gedaagde 2] en ook niet door [eiseres] is betaald.


4.14. [
[eiseres] heeft bevestigd dat zij in augustus 2022 samen met [gedaagde 2] voor een bedrag van ruim USD 200.000,- meubels en andere zaken heeft gekocht voor de inrichting van de 10 appartementen. Dat is ruim een half jaar na de levering aan Palmer. Uit kopieën van overgelegde facturen volgt dat de bestelling door [eiseres] is gedaan op naam van Palmer. Dat strookt met de stelling van [gedaagde 2] dat [eiseres] in ieder geval op dat moment op de hoogte was van het feit dat de 10 appartementen op naam van Palmer stonden.


4.15. [
[eiseres] heeft voorafgaande aan de comparitie nog twee eerdere facturen uit juli 2022 overgelegd die op naam staan van [gedaagde 2] en [eiseres] en die betrekking hebben op de inrichting van twee van de appartementen. Deze kunnen zonder verdere nader toelichting niet aan het voorgaande afdoen, met name niet omdat ze niet verklaren waarom dan een maand later alle facturen op naam van Palmer zijn gesteld.


4.16.
Het voorgaande bevestigt wel de stelling van [gedaagde 2] en Palmer, maar leidt nog niet tot de conclusie dat [gedaagde 2] en Palmer hebben bewezen dat [eiseres] toestemming heeft gegeven voor de contractovername door Palmer.


4.17. [
[gedaagde 2] en Palmer hebben bewijs aangeboden van hun stelling dat in het overleg op 15 juni 2018 die toestemming door [gedaagde 2] en [eiseres] is gegeven. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld om dat bewijs te leveren. Ter zitting heeft de gemachtigde uitdrukkelijk bewijs door getuigen aangeboden. Daarmee zal in de beslissing rekening worden gehouden door daarvoor direct een datum te bepalen.


4.18.
Bij de bewijslevering kan mogelijk ook aan de orde komen dat er volgens een namens FT opgestelde verklaring van 12 juni 2025 nog een afspraak is geweest in november 2018, waarbij de heren [naam 1] en [naam 2] en [eiseres] en [gedaagde 2] aanwezig waren. Tijdens die afspraak zouden [eiseres] en [gedaagde 2] FT hebben verzocht het koopcontract over te zetten op naam van “Palmer & Spring Ltd. As Trustee of RC Trust”.


4.19.
Indien [gedaagde 2] en Palmer slagen in het bewijs, zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. De latere Assignment met de digitale handtekening van [eiseres] die de notaris bij de levering in acht heeft genomen, is in dat geval immers in overeenstemming met de eerder gegeven toestemming opgesteld.


4.20.
Indien [gedaagde 2] en Palmer niet in het bewijs slagen, wordt van belang of de verklaring van 21 januari 2019 door [eiseres] is ondertekend. [eiseres] betwist niet dat het haar handtekening is, maar wel dat zij die zelf heeft gezet. Hiermee betwist zij nadrukkelijk de ondertekening van de akte, zodat op [gedaagde 2] en Palmer de bewijslast van de echtheid van de handtekening rust. Zij zullen daarom in dat geval alsnog in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat de handtekening op de verklaring van 21 januari 2019 door [eiseres] is gezet. Het Gerecht draagt dat bewijs nog niet in eerste instantie op, omdat [eiseres] heeft verklaard dat zij slechts een kopie van die verklaring in de kluis heeft aangetroffen en niet – zoals [gedaagde 2] stelt – het originele document. Voor een handschriftdeskundige zal het moeilijker zijn een uitspraak over de echtheid van de handtekening te kunnen doen, indien de originele handtekening niet kan worden onderzocht. Overigens heeft FT mogelijk (ook) nog een exemplaar van dezelfde verklaring, omdat zij die mede heeft ondertekend.De subsidiaire vorderingen


4.21.
Indien de primaire vorderingen zullen worden toegewezen, komt het Gerecht aan de subsidiaire vorderingen niet meer toe. Indien de primaire vorderingen zullen worden afgewezen, geldt het volgende.


4.22.
Na de koopovereenkomst in 2018 hebben [gedaagde 2] en [eiseres] de koopsom niet betaald aan FT. [gedaagde 2] heeft weliswaar de aanbetaling verricht, maar heeft die weer terugbetaald gekregen van FT. Hiermee is deze tegelijkertijd deel gaan uitmaken van de (ontbonden) gemeenschap. [eiseres] heeft ook niet aangedrongen op betaling van de koopsom of heeft zelf iets betaald. Vast staat dat de koopsom van de appartementen uiteindelijk in 2022 door Palmer is betaald. De appartementen zijn vervolgens door FT aan Palmer geleverd. Het Gerecht verwerpt het standpunt van [eiseres] dat de leveringsrechten als vermogensrechten deel uitmaken van de goederenrechtelijke gemeenschap tussen [eiseres] en [gedaagde 2]. Een recht op levering ontstaat immers pas na betaling van de koopsom en die hebben [eiseres] en [gedaagde 2] niet voldaan. Het recht op levering van de appartementen of de waarde ervan zijn zodoende nooit in de gemeenschap van goederen van [gedaagde 2] en [eiseres] gevallen. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij hierdoor mogelijk enige schade heeft geleden.


4.23.
Indien de primaire vorderingen zullen worden afgewezen, komt daarmee ook vast te staan dat [gedaagde 2] of Palmer geen onrechtmatige daad hebben gepleegd. De “verrijking” van Palmer door het bezit van de appartementen is ook niet ongerechtvaardigd, omdat er betaling van de koopsom tegenover staat.


4.24.
De subsidiaire vorderingen komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.in reconventie:


4.25.
De beslissing in conventie hangt af van de uitkomst van de beslissingen in conventie en zal dus worden aangehouden.




5De beslissing


Het Gerecht:




in conventie en in reconventie




5.1.
stelt [gedaagde 2] en Palmer in de gelegenheid bewijs te leveren van hun stelling dat [eiseres] tijdens de bespreking op 15 juni 2018 in Zürich haar toestemming heeft verleend aan de overname door Palmer als beheerder van RC Trust van de koopovereenkomst tussen FT enerzijds en [gedaagde 2] en [eiseres] anderzijds;



5.2.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 1 september 2026, waarop [gedaagde 2] en Palmer zich kunnen uitlaten of zij dit bewijs nog op andere wijze dan door getuigenbewijs willen leveren;


5.3.
indien [gedaagde 2] en Palmer het bewijs willen leveren door schriftelijke stukken, dienen zij die stukken op 15 september 2026 bij akte in het geding te brengen;



5.4.
bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op woensdag 21 oktober 2026 en dat [gedaagde 2] de namen en woonplaatsen van de getuigen op de rol van 15 september 2026 aan het Gerecht moet opgeven en ook of zij als getuige de eed willen afleggen of de belofte doen;



5.5.
bepaalt dat voor de eventuele voortzetting van de getuigenverhoren, respectievelijk eventuele getuigenverhoren in contra-enquête woensdag 4 november 2026 door het Gerecht zal worden gereserveerd;



5.6.
houdt alle verdere beslissingen aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en op 18 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.




Artikel 3:52 lid 1 BW.


Waarbij het Gerecht opmerkt dat niet is vastgesteld dat die handtekening niet echt is.


Cursivering Gerecht