Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
ECLI:NL:OGEAC:2019:261
2019-06-07
Bestuursrecht; Belastingrecht
CUR201801355
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de inspecteur aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Daarbij is verzocht om een vergoeding van proceskosten en griffierecht. Volgens het gerecht is er geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten en het griffierecht omdat de beslissing die in deze procedure bij een inhoudelijke behandeling zou zijn genomen, een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep zou hebben ingehouden vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2012:BX4045 Hoge Raad 10-08-2012
- ECLI:NL:OGEAC:2018:54 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-04-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.178 tekens)
Uitspraak van 7 juni 2019
BBZ nr. CUR201801355
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ Belanghebbende], gevestigd te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.
1PROCESVERLOOP
1.1
Aan belanghebbende is op 29 juni 2017 een aanslag in de winstbelasting voor het jaar 2015 opgelegd van nihil. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000.
1.2
Belanghebbende heeft op 4 augustus 2017 bezwaar gemaakt tegen de verzuimboete.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 oktober 2017 de boete gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 2 mei 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.
1.5
Partijen zijn op 10 april 2019 uitgenodigd voor de zitting op 28 mei 2019.
1.6
De Inspecteur heeft bij e-mailbericht van 20 april 2019 aan belanghebbende meegedeeld dat de verzuimboete ambtshalve zal worden vernietigd.
1.7
Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 23 mei 2019 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een proceskostenvergoeding van NAf 500 en een vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 150.
1.8
De Inspecteur heeft op 24 mei 2019 gereageerd op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
2OVERWEGINGEN
2.1
Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Als hoofdregel heeft dan te gelden dat de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende dient te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, nr. 11/03216, ECLI:NL:HR:2012:BX4045).
2.2
In het onderhavige geval bestaat echter geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, omdat de beslissing die in deze procedure bij een inhoudelijke behandeling zou zijn genomen, een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep zou hebben ingehouden vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
2.3
Redengevend daarvoor is het volgende.
2.4
In artikel 31, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht.
2.5
De onderhavige uitspraak op bezwaar is gedagtekend op 20 oktober 2017. Het beroepschrift is op 2 mei 2018 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
2.6
Een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep op grond van termijnoverschrijding blijft op grond van artikel 5, lid 4, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) echter achterwege ingeval van bijzondere omstandigheden.
2.7
Belanghebbende stelt, hetgeen niet is weersproken, dat haar kantoor van januari 2018 tot eind maart 2018 was gesloten wegens afwezigheid van de aandeelhouder en dat zij pas bij heropening van het kantoor eind maart 2018 op de hoogte is gekomen van de uitspraak op bezwaar.
2.8
Als met vertraging is kennisgenomen van een uitspraak op bezwaar, geldt dat het beroep zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Behoudens bijzondere omstandigheden merkt het Gerecht een termijn van drie weken aan als ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk’ (GEA Curaçao 19 april 2018, nr. CUR201500175, ECLI:NL:OGEAC:2018:54). Belanghebbende heeft op 2 mei 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarmee zij pas eind maart 2018 bekend is geworden. Dit is buiten de termijn van drie weken, zodat de beroepstermijn is overschreden.
3DE BESLISSING
Het Gerecht:
- wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 7 juni 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël – van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: [email protected].
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
-natuurlijke personen: NAf. 200
-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500
BBZ nr. CUR201801355
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ Belanghebbende], gevestigd te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.
1PROCESVERLOOP
1.1
Aan belanghebbende is op 29 juni 2017 een aanslag in de winstbelasting voor het jaar 2015 opgelegd van nihil. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000.
1.2
Belanghebbende heeft op 4 augustus 2017 bezwaar gemaakt tegen de verzuimboete.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 oktober 2017 de boete gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 2 mei 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.
1.5
Partijen zijn op 10 april 2019 uitgenodigd voor de zitting op 28 mei 2019.
1.6
De Inspecteur heeft bij e-mailbericht van 20 april 2019 aan belanghebbende meegedeeld dat de verzuimboete ambtshalve zal worden vernietigd.
1.7
Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 23 mei 2019 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een proceskostenvergoeding van NAf 500 en een vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 150.
1.8
De Inspecteur heeft op 24 mei 2019 gereageerd op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
2OVERWEGINGEN
2.1
Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Als hoofdregel heeft dan te gelden dat de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende dient te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, nr. 11/03216, ECLI:NL:HR:2012:BX4045).
2.2
In het onderhavige geval bestaat echter geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, omdat de beslissing die in deze procedure bij een inhoudelijke behandeling zou zijn genomen, een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep zou hebben ingehouden vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
2.3
Redengevend daarvoor is het volgende.
2.4
In artikel 31, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht.
2.5
De onderhavige uitspraak op bezwaar is gedagtekend op 20 oktober 2017. Het beroepschrift is op 2 mei 2018 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
2.6
Een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep op grond van termijnoverschrijding blijft op grond van artikel 5, lid 4, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) echter achterwege ingeval van bijzondere omstandigheden.
2.7
Belanghebbende stelt, hetgeen niet is weersproken, dat haar kantoor van januari 2018 tot eind maart 2018 was gesloten wegens afwezigheid van de aandeelhouder en dat zij pas bij heropening van het kantoor eind maart 2018 op de hoogte is gekomen van de uitspraak op bezwaar.
2.8
Als met vertraging is kennisgenomen van een uitspraak op bezwaar, geldt dat het beroep zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Behoudens bijzondere omstandigheden merkt het Gerecht een termijn van drie weken aan als ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk’ (GEA Curaçao 19 april 2018, nr. CUR201500175, ECLI:NL:OGEAC:2018:54). Belanghebbende heeft op 2 mei 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarmee zij pas eind maart 2018 bekend is geworden. Dit is buiten de termijn van drie weken, zodat de beroepstermijn is overschreden.
3DE BESLISSING
Het Gerecht:
- wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 7 juni 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël – van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: [email protected].
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
-natuurlijke personen: NAf. 200
-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500