Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2025:180

2025-12-30 Civiel recht; Personen- en familierecht BON202500593
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2025-12-30
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BON202500593
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gemeenschappelijk verzoek echtscheiding. In het echtscheidingsconvenant is een bepaling opgenomen waarin afstand wordt gedaan van de wettelijke verplichting tot betaling van kinderalimentatie. Die bepaling is nietig (1:400 lid 2 BW BES). Het echtscheidingsconvenant is met uitzondering van die bepaling aan de beschikking gehecht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.390 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire


Registratienummer: BON202500593
Datum uitspraak: 30 december 2025




BESCHIKKING




op het gemeenschappelijk verzoek van:





1[de man],

hierna: de man,
2. [de vrouw]
hierna: de vrouw,
beide wonende te Bonaire,verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.





1Het procesverloop


1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 24 november 2025 op de griffie van dit gerecht ingediend.



1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.



1.3.
De beschikking is bepaald op heden.





2De feiten


2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2010 te [plaats] met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen.



2.2.
Uit het huwelijk is op [geboortedatum] 2007 het kind [het kind] geboren (hierna: [het kind]).



2.3.
Verzoekers hebben op 6 oktober 2025 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.





3De beoordeling


3.1.
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding, het na de echtscheiding gezamenlijk belast blijven met gezag over [het kind] en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.



3.2.
De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) worden toegewezen.



3.3.
De man en de vrouw verzoeken het gerecht om te beslissen over het gezag over [het kind]. Op het moment dat deze beschikking wordt uitgesproken, heeft het kind van verzoekers de leeftijd van achttien jaar bereikt. Daarom hoeft niet te worden beslist over het gezag over [het kind].



3.4.
Partijen verzoeken het echtscheidingsconvenant van 6 oktober 2025 aan de beschikking te hechten. Het gerecht constateert dat in het echtscheidingsconvenant in artikel 7.2 een bepaling is opgenomen dat afstand wordt gedaan van de wettelijke verplichting tot betaling van het levensonderhoud van het kind van partijen. Op grond van artikel 1:400 lid 2 BW BES is een dergelijke overeenkomst (waarbij van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud wordt afgezien) nietig. Hoewel het kind van partijen op de datum van deze beschikking de leeftijd van achttien jaar al heeft bereikt, kan een nietige bepaling uit het echtscheidingsconvenant niet aan deze beschikking worden gehecht. Het echtscheidingsconvenant van 6 oktober 2025 zal daarom aan deze beschikking worden gehecht met uitzondering van artikel 7.2.



3.5.
De man en de vrouw verzoeken tot slot het gerecht om een griffiersverklaring op te maken omdat zij niet tegen de in deze beschikking uit te spreken echtscheiding in hoger beroep zullen gaan. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen.



3.6.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.





4De beslissing


Het gerecht:



4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2010 te [plaats];



4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 6 oktober 2025 ondertekende echtscheidingsconvenant met uitzondering van artikel 7.2 deel uitmaken van deze beschikking;



4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;



4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 30 december 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.