Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

ECLI:NL:OGEAA:2026:213

2026-08-21 Bestuursrecht; Belastingrecht BBZ nrs. AUA202403995 en AUA202403996
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Uitspraakdatum
2026-08-21
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BBZ nrs. AUA202403995 en AUA202403996
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; CFN 2026/73 met annotatie van -

Inhoudsindicatie

De zaak gaat over verzuimboetes van Afl. 125 per maand wegens te late betaling van BBO/BAZV over februari tot en met oktober 2020. De boetes zijn terecht opgelegd, omdat de belasting tijdig betaald moest worden, ook zonder uitnodiging of aanmaning. De boetes blijven daarom in stand. Wel is de redelijke termijn overschreden, maar omdat de boetes lager zijn dan Afl. 1.000 wordt alleen vastgesteld dat deze termijn is overschreden.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.453 tekens)
Uitspraak van 21 augustus 2026
BBZ nrs. AUA202403995 en AUA202403996




GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA




UITSPRAAK



op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:





[Belanghebbende], wonende te Aruba,
belanghebbende,



gericht tegen:




DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Aruba,
de Inspecteur.





1PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen Belasting over bedrijfsomzetten (BBO) en Bestemmingsheffing AZV (BAZV) over de maanden februari tot en met oktober 2020 opgelegd. Daarbij zijn er ook verzuimboetes wegens het te laat betalen en voor het niet tijdig doen van de aangifte opgelegd. In onderstaande schema worden de naheffingsaanslagen en verzuimboetes weergegeven.













Middel




Tijdvak




Dagtekening




Bedrag belasting




Bedrag verzuimboete aangifteverzuim




Bedrag verzuimboete betalingsverzuim





BBO


Feb 2020


11 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Feb 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250




BBO


Mrt 2020


11 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Mrt 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250




BBO


Apr 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


Afl. 250


-




BAZV


Apr 2020


11 januari 2021


Afl. 1.000


-


-




BBO


Mei 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


Afl. 250


-




BAZV


Mei 2020


11 januari 2021


Afl. 1.000


-


-




BBO


juni 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


Afl. 250


-




BAZV


juni 2020


11 januari 2021


Afl. 1.000


-


-




BBO


Jul 2020


11 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Jul 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250




BBO


Aug 2020


11 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Aug 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250




BBO


Sept 2020


11 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Sept 2020


11 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250




BBO


Okt 2020


26 januari 2021


Afl. 1.500


Afl. 250


Afl. 250




BAZV


Okt 2020


26 januari 2021


Afl. 1.250


-


Afl. 250








1.2
Belanghebbende heeft op 16 oktober 2023 tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboete BBO/BAZV over de periode februari tot en met oktober 2020 pro forma bezwaar gemaakt.



1.3
De Inspecteur heeft 11 juli 2024 de naheffingsaanslagen BBO en BAZV over de maanden februari tot en met december 2020 verminderd. Ook de verzuimboetes zijn (gedeeltelijk) verminderd.



1.4
Belanghebbende heeft op 9 september 2024 pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Op 9 december 2024 heeft belanghebbende de gronden van het beroepschrift aangevuld.



1.5
De Inspecteur heeft op 9 december 2024 een verweerschrift ingediend.



1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025 te Oranjestad. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. [A] en [B]. De zaken zijn samen behandeld met de zaken met nummers AUA202402824 en AUA202402825 (BBO/BAZV jaar 2018) en de zaken met nummers AUA202402995, AUA202402996, AUA202403000 tot en met AUA202403006 en AUA202403025 (BBO/BAZV over jaren 2020, 2022 en 2023).





2FEITEN

2.1
Belanghebbende is sinds 27 oktober 2006 eigenaar van de eenmanszaak genaamd ‘[X]’. De eenmanszaak staat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd op het adres [Adres 1]/ [Adres 2].



2.2
Belanghebbende heeft over de onderhavige tijdvakken niet binnen de wettelijke termijnen aangiften gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog aangiften ingediend. Belanghebbende heeft aangifte gedaan van een totale omzet van Afl. 19.878 voor het jaar 2020. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen vervolgens overeenkomstig de aangiften verminderd. Daarnaast heeft hij de verzuimboetes wegens het niet tijdig doen van aangifte verminderd naar nihil. De verzuimboetes wegens het te laat betalen van de verschuldigde BBO en BAZV over de tijdvakken februari tot en met oktober 2020 zijn voor elk tijdvak verminderd tot een bedrag van (eenmaal) Afl. 125.



2.3
In het verweerschrift is vermeld dat belanghebbende de verschuldigde belastingbedragen over onder andere het onderhavige jaar 2020 niet heeft betaald en over dit jaar ook geen winst uit onderneming voor de inkomstenbelasting heeft aangegeven.



2.4
Ook in de zaken die samen zijn behandeld met de onderhavige zaak gaat het geschil over opgelegde verzuimboetes wegens het niet doen van aangifte en het niet betalen van BBO en BAZV.





3GESCHIL

3.1
Tussen partijen is uitsluitend in geschil of de aan belanghebbende opgelegde verzuimboetes, wegens het te laat betalen van de verschuldigde BBO en BAZV terecht zijn opgelegd.



3.2
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.





4BEOORDELING VAN HET BEROEP
Vooraf:

4.1
Uit vaststaande feiten blijkt dat de naheffingsaanslagen overeenkomstig de aangiften zijn verminderd en de verzuimboetes voor het niet tijdig doen van de aangifte BBO/BAZV verminderd zijn tot nihil. Op de zitting heeft belanghebbende desgevraagd bevestigd dat het geschil alleen ziet op de verzuimboetes wegens te late betaling. Gelet op het voorgaande is het beroep inzake de voormelde naheffingsaanslagen en verzuimboetes wegens het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk.



Beoordeling




4.2
Aan belanghebbende zijn voor de tijdvakken februari tot en met oktober 2020 verzuimboetes opgelegd wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde BBO/BAZV. De verzuimboetes (na vermindering) bedragen voor elk tijdvak Afl. 125.



Wettelijke regeling




4.3
De Algemene landsverordening belastingen (ALB) luidt, voor zover van belang, als volgt:


Artikel 55



Indien de belastingplichtige of inhoudingsplichtige de belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de ingevolge artikel 14, eerste lid, of 14a, tweede of vierde lid, gestelde termijn heeft betaald, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de Inspecteur hem een boete van ten hoogste Afl. 10.000,- kan opleggen.


Bij niet of gedeeltelijk niet betalen legt de Inspecteur de boete op, gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag.


De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan.




§23 Aangiftebelastingen (art. 55 van de ALB) – Boetebeleid Belastingdienst Aruba
(…)

4. In geval van een verzuim wegens het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, legt de Inspecteur bij
5. Een eerste verzuim een boete op van 10 procent van de niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betaalde belasting, met een minimum van Afl. 125 en een maximum van Afl. 2.500. Bij een tweede verzuim legt de Inspecteur een boete op van 10 procent van de niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betaalde belasting, met een minimum van Afl. 250 en een maximum van Afl. 5.000. (…).



4.4
Vaststaat dat belanghebbende voor de onderhavige tijdvakken niet binnen de wettelijke termijn BBO/BAZV heeft betaald. De Inspecteur heeft ter zake van dit betaalverzuim voor elk tijdvak een verzuimboete opgelegd van Afl. 125, welk bedrag overeenkomt met het minimum zoals opgenomen in het Boetebeleid Belastingdienst Aruba (BBA) voor een eerste verzuim. Het Gerecht constateert dat de opgelegde verzuimboetes niet hoger zijn dan door het beleid is toegestaan.



4.5
Belanghebbende stelt dat hij niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte en dat om die reden de Inspecteur hem geen verzuimboete kan opleggen wegens het niet tijdig betalen van BBO/BAZV.



4.6
Het Gerecht laat in het midden of belanghebbende is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Ook indien belanghebbende niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte geldt dat de verplichting tot voldoening van belasting blijft bestaan. Het enkele niet (kunnen) doen van aangifte ontslaat belanghebbende niet van de verplichting tot het voldoen van de verschuldigde belasting (vgl. uitspraak GhvJ van 18 april 2018: ECLI:NL:OGHACMB:2018:84 en arrest Hoge Raad van 20 september 2019: ECLI:NL:HR:2019:1379).



4.7
Belanghebbende stelt verder dat hij nooit een aanmaning heeft ontvangen voor het niet indienen van de aangiften en dat om die reden geen boete kan worden opgelegd.



4.8
De BBO/BAZV worden geheven bij voldoening op aangifte (artikel 10 van de Landsverordening belasting over bedrijfsomzetten en additionele voorzieningen pps-projecten en artikel 12 Landsverordening bestemmingsheffing AZV). Voor het opleggen van de boete is geen aanmaning vereist. De aanmaning van artikel 7, tweede lid, ALB heeft immers betrekking op belastingen die bij wege van een aanslag worden geheven. Ook deze stelling van belanghebbende faalt derhalve.



4.9
De Inspecteur heeft de verzuimboetes overeenkomstig wet- en regelgeving opgelegd. Het Gerecht stelt voorop dat een verzuimboete tot doel heeft het inscherpen van een gebod tot het nakomen van fiscale verplichtingen. Het Gerecht acht, alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, de minimale boete van Afl. 125 passend en geboden.



Redelijke termijn




4.10
Belanghebbende heeft betoogd dat de boetes moeten worden verminderd omdat de redelijke termijn is overschreden. Overschrijding van de redelijke termijn behoort te leiden tot vermindering van de boete, afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden. De Hoge Raad hanteert als uitgangspunt dat de redelijke termijn is overschreden als de rechter niet binnen twee jaar uitspraak doet na het moment dat jegens de beboete een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd (vgl. HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006).



4.11
Van de oplegging van de verzuimboete BBO/BAZV februari tot en met oktober 2020 (zie 1.1) tot de onderhavige uitspraak van het Gerecht (21 augustus 2026) zijn meer dan twee jaar verstreken. Bijzondere omstandigheden die een langere termijn zouden rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken.



4.12
Nu de verzuimboetes voor elk tijdvak minder bedragen dan Afl. 1.000 zal het Gerecht volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:50 en Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853).



5.
PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en/of vergoeding van het griffierecht.










6BESLISSING
Het Gerecht:

- verklaart het beroep inzake de verzuimboetes voor te late betaling voor de maanden februari tot en met oktober 2020 ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en is uitgesproken op 21 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noel- van der Biezen BSc.



De griffier, De rechter,








Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.





HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)


J.G. Emanstraat 51


Oranjestad


Aruba




U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).


Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

[email protected].



Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Afl. 75
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300