Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1379
2019-09-20
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/01952
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:OGEAA:2026:212 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 21-08-2026
- ECLI:NL:OGEAA:2026:213 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 21-08-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.941 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 18/01952
Datum 20 september 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] , Curaçao (hierna: belanghebbende)
tegen
de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 april 2018, nrs. CUR2016H00043 tot en met CUR201600048, op het hoger beroep van de inspecteur der belastingen van Curaçao tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (BBZ nrs. CUR201500789, CUR201500790, CUR2015005 tot en met 20150010, en CUR201500850) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2013 en over het tijdvak september 2014 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.
BELASTINGKAMER
Nummer 18/01952
Datum 20 september 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] , Curaçao (hierna: belanghebbende)
tegen
de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 april 2018, nrs. CUR2016H00043 tot en met CUR201600048, op het hoger beroep van de inspecteur der belastingen van Curaçao tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (BBZ nrs. CUR201500789, CUR201500790, CUR2015005 tot en met 20150010, en CUR201500850) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2013 en over het tijdvak september 2014 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.