Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

ECLI:NL:OGEAA:2019:813

2019-11-20 Civiel recht AUA201900530
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Uitspraakdatum
2019-11-20
Publicatiedatum
2019-12-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AUA201900530
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vonnis in het incident; oproeping gedaagde in vrijwaring toegewezen en in de hoofdzaak verwezen voor conclusie van antwoord zijdens gedaagde in de hoofdzaak.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.382 tekens)
Vonnis van 20 november 2019
Behorend bij A.R. no. AUA201900530



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA




VONNIS
in het incident tot vrijwaring in de zaak van:



de vennootschap naar Nederlands recht

RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,
te Nederland,
hierna ook te noemen: Rabohypotheekbank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.L.J.J.P. Willems,



tegen:




[GEDAAGDE],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper,





1DE PROCEDURE


Het verloop van de procedure blijkt uit:


- de incidentele conclusie van [Gedaagde];
- de conclusie van antwoord in het incident van Rabohypotheekbank.


De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.





2HET VERZOEK


2.1
Rabohypotheekbank vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – dat het Gerecht [Gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan Rabohypotheekbank te betalen een bedrag van 91.791,91 euro, te vermeerderen met de boeterente ad 6,7% per jaar, met veroordeling van [Gedaagde] in de proceskosten.



2.2 [
Gedaagde] meent gronden te hebben om van [Belanghebbende] vrijwaring te vorderen en verzoekt op voet van artikel 71 Rv oproeping van deze persoon te bevelen.



2.3 [
Gedaagde] grondt het vrijwaringsverzoek erop dat [Belanghebbende] ook partij is bij de overeenkomst en zij belang heeft om [Belanghebbende] in vrijwaring op te roepen.



2.4
Rabohypotheekbank heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het gerecht.





3DE BEOORDELING



In het incident tot vrijwaring



3.1
Voor toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring is voldoende dat blijkt dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Tussen de vordering in de hoofdzaak en de vordering in vrijwaring hoeft geen rechtstreeks verband te bestaan. Evenmin is vereist dat de waarborg verplicht is om de gewaarborgde in de procedure bij te staan. Indien aan het vereiste voor het toestaan van oproeping in vrijwaring in beginsel is voldaan dient de rechter over te gaan tot een onderzoek van de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering teneinde te kunnen beoordelen of de oproeping tot vrijwaring in de omstandigheden van het geval op haar plaats is en meer in het bijzonder of daarvan wellicht onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten is.



3.2
In het licht van de stellingen van [Gedaagde] is het gerecht van oordeel dat zij er belang bij heeft om [Belanghebbende] in vrijwaring op te roepen, zodat het verzoek wordt toegestaan.



3.3
De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.





4DE UITSPRAAK:


Het gerecht:




in het incident tot vrijwaring:




wijst het verzoek toe;



beveelt [Belanghebbende], wonende te [adres] in Aruba, in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van woensdag 8 januari 2020, onder overlegging van het inleidend verzoekschrift in de hoofdzaak, de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring en dit vonnis in het incident, ten einde te worden gehoord op de vordering tot veroordeling van [Belanghebbende] om aan Rabohypotheekbank te vergoeden, hetgeen waartoe [Gedaagde] in de hoofdzaak jegens Rabohypotheekbank zal worden veroordeeld;



houdt iedere verdere beslissing aan;




in de hoofdzaak:




verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 8 januari 2020 voor conclusie van antwoord;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.