Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

ECLI:NL:OGEAA:2017:589

2017-07-19 Civiel recht K.G. no. 977 van 2017
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Uitspraakdatum
2017-07-19
Publicatiedatum
2017-07-24
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K.G. no. 977 van 2017
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzettermijn overschreden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.458 tekens)
Vonnis van 19 juli 2017
Behorend bij K.G. no. 977 van 2017



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA




VONNIS
in het kort geding tussen:




[Eiseres],
wonende in Aruba, [adres]
hierna ook te noemen: eiseres,
procederend in persoon,



tegen:





1[Gedaagde sub 1],

2. [ [Gedaagde sub 2],
2. [ [Gedaagde sub 3],
2. [ [Gedaagde sub 4],
2. [ [Gedaagde sub 5],


te Aruba,
gedaagde, hierna ook te noemen: gedaagde c.s.,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg.






1DE PROCEDURE


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verstekvonnis van 29 maart 2017 behorend bij K.G. 343 van 2017;


het verzetschrift ingekomen op 9 mei 2017;


de brief met producties van gedaagde c.s. ingediend op 30 juli 2017;


de pleitaantekeningen van partijen;


de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 3 juli 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen eiseres in persoon en gedaagden bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd.





1.2
Hierna is vonnis bepaald op heden.









2DE FEITEN


2.1
Bij verstekvonnis van 29 maart 2017 behorend bij K.G. 343 van 2017 is eiseres bevolen haar medewerking te verlenen aan de splitsing van het perceel waarop de woning [adres 1] en [adres 2], met dien verstande dat [adres 2] aan [Gedaagde sub 1] wordt toebedeeld en [adres 1] zal worden verkocht. Tevens is eiseres veroordeeld om de woning te [adres 1] binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen op straffe van een dwangsom.



2.2
Tegen het verstekvonnis van 29 maart 2017 heeft eiseres verzet ingediend.





3DE ONTVANKELIJKHEID


3.1
Gedaagde c.s. doet een beroep op niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de verzettermijn.



3.2
Ingevolge artikel 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de gedaagde die bij verstek is veroordeeld bevoegd om daartegen verzet te doen binnen twee weken na, onder meer, het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis hem bekend is. Van een daad van bekendheid als bedoeld in art. 84 Rv is sprake wanneer de veroordeelde enige daad heeft gepleegd waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis aan hem bekend is. Dat is pas het geval als die daad naar buiten — maar niet noodzakelijk tegenover de wederpartij of diens raadsman — is verricht en de hiervoor bedoelde bekendheid daaruit ondubbelzinnig voortvloeit.



3.3
Eiseres heeft ter zitting medegedeeld dat zij op 10 april 2017 een aangetekende brief heeft ontvangen en dat zij het verstekvonnis van 29 maart 2017 op 12 april 2017 heeft opgehaald. Tevens heeft eiseres ter zitting medegedeeld dat zij op 24 april 2017 haar spullen uit de woning te [adres 1] heeft gehaald. Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat eiseres op 24 april 2017 met de inhoud van het vonnis bekend was.



3.4
Naar het oordeel van het gerecht heeft de daad van bekendheid van eiseres zich in ieder geval voorgedaan op 24 april 2017. Hieruit volgt dat de wettelijke termijn van twee weken voor het instellen van verzet op 24 april 2017 is gaan lopen en op 8 mei 2017 is verstreken. Het verzetschrift is op 9 mei 2017 te laat ingediend.



3.5
Eiseres is niet-ontvankelijk in het verzet en zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.





4DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:

- verklaart eiseres niet-ontvankelijk in het door haar gedane verzet tegen het verstekvonnis van 29 maart 2017 behorend bij K.G. 343 van 2017;

- veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure, aan de zijde van gedaagde c.s. tot op heden begroot op Afl. 1.000,-.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.