Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:995

2026-06-23 Strafrecht 23/04411
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-06-23
Publicatiedatum
2026-06-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/04411
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0206; RvdW 2026/782

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt, art. 11a jo. 11.5 Opiumwet. Bewijsklacht bestemming van voorwerpen. Heeft verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij “bestemd waren tot” plegen van een van de in art. 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? Om redenen vermeld in HR:2026:994 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/04412.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.183 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04411

Datum 23 juni 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004804-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij ‘bestemd waren tot’ het plegen van een van de in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.


2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04412, ECLI:NL:HR:2026:994.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.