Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:898
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:898 → ECLI:NL:GHARL:2025:505
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:898 → ECLI:NL:PHR:2026:298
Inhoudsindicatie
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis. 2. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen moord t.a.v. alternatief scenario, inhoudende dat DNA-materiaal van verdachte door secundaire overdracht op deels verbrande en in de buurt van vluchtauto aangetroffen trui terecht is gekomen. 4. Bewijsklacht deelnemen aan criminele organisatie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00667, 25/00689 en 25/00690.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.719 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/00537
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003048-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten P. van Dongen en D.J. Herbrink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.