Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:894
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:894 → ECLI:NL:GHARL:2025:496
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:894 → ECLI:NL:PHR:2026:300
Inhoudsindicatie
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen moord (art. 289 Sr), voorhanden hebben van wapens (art. 26.1 WWM) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis. 2. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. 3. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van niet-verschenen getuige, op de grond dat onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn ttz. zal verschijnen. Is sprake van eerlijk proces? 4. Bewijsminimum t.a.v. medeplegen moord, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van kroongetuige (herkenning van verdachte tijdens enkelvoudige fotoconfrontatie) voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 5. Bewijsklacht medeplegen moord, art. 360.1 Sv. Heeft hof voor bewijs gebruik gemaakt van verklaringen van anonieme getuige zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van deze verklaringen? 6. Bewijsklacht deelnemen aan criminele organisatie t.a.v. deelnemen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00667, 25/00689 en 25/00690.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.642 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/00659
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003040-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D. Bektesevic en L.M.M. Weyers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.