Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:89

2026-01-27 Strafrecht 24/03318
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-01-27
Publicatiedatum
2026-01-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03318
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/286

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), verkrachting (art. 242 (oud)), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr) door in 2022 in Valthermond op brute wijze een vrouw te verkrachten, haar met snoer te wurgen en beitel richting haar hals te bewegen. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.512 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/03318

Datum 27 januari 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2024, nummer 21-002658-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.B.A. Kalk een schriftuur ingediend.



2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026.