Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:801
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:801 → ECLI:NL:GHDHA:2024:2942
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:801 → ECLI:NL:PHR:2026:74
Inhoudsindicatie
Feitelijk leiding geven aan het door rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door in bedrijfsadministratie van zijn uitzendbureau valse salarisspecificaties en kwitanties op te nemen van 5 uit Oost-Europa afkomstige werknemers, art. 225.1 Sr. 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk), bij strafoplegging rekening houden met fraudegevallen die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd. Kon hof oordelen dat sprake is van grootschalige fraude die kan worden aangemerkt als omstandigheid waaronder bewezenverklaarde is gepleegd? 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep voorwaardelijk gedaan (als hof bij straftoemeting ook rekening houdt met andere werknemers dan 5 in tll. genoemde personen) verzoek tot het horen van “mensen die hof zal noemen in arrest” als getuigen, op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd omdat niet is geconcretiseerd welke getuigen de verdediging wenst te horen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02243 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.637 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/02246
Datum 26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 juni 2024, nummer 22-002878-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.