Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:780
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:780 → ECLI:NL:PHR:2026:231
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel, mensensmokkel en werkverschaffing van illegale vrouwen uit Venezuela in nachtclub in Curaçao. Motivering schatting w.v.v., art. 1:77.2 SrC. Gronden waarop hof het w.v.v. heeft gebaseerd t.a.v. periodes en personen buiten bewezenverklaring, strafbare feiten jegens andere vrouwen dan bewezenverklaard, aftrekbare kosten, verweer m.b.t. in mindering brengen van 44 dagen op berekening w.v.v. en omstandigheid dat hof (anders dan gerecht in eerste aanleg) voordeel heeft gebaseerd op soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door betrokkene zijn begaan. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01052 PC en vervolg op 21/03749 C (niet gepubliceerd; strafzaak; schriftuur te laat, verdachte n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.825 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/01053 PC
Datum 26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 13 maart 2025, nummer 500.0030818, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.