Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:769
2026-05-19
Strafrecht
24/02891
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:769 → ECLI:NL:PHR:2026:80
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. 1. Motivering schatting w.v.v., art. 360.1 Sv. Heeft hof voor schatting van w.v.v. anonieme melding gebruikt zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van deze anonieme verklaring? 2. Motivering schatting w.v.v. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat gevonden kalk- en stofresten niets zeggen over eerdere oogst en elektriciteitsbedrijf heeft geconcludeerd dat geen sprake was van kalk- en stofresten, art. 359.2 Sv. 3. Is verkort arrest tijdig aangevuld met bewijsmiddelen? Art. 365a.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02890.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.701 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02891 P
Datum 19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2024, nummer 23-000025-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat C. Crince Le Roy bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.
STRAFKAMER
Nummer 24/02891 P
Datum 19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2024, nummer 23-000025-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat C. Crince Le Roy bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.