Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:768
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:768 → ECLI:NL:PHR:2026:405
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep. Had hof mededeling van raadsman m.b.t. strafmaat in schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. moeten aanmerken als grief a.b.i. art. 410.1 Sv? HR: Om redenen vermeld in CAG is middel gegrond. CAG: Grief kan ook naar voren worden gebracht in volmacht tot het instellen van h.b. Mededeling van raadsman in die volmacht dat “appel ziet op strafmaat” maakt voldoende duidelijk wat inzet van h.b. is en moet worden aangemerkt als “grief” a.b.i. art. 410.1 Sv. Bijgevolg kan ‘s hofs beslissing om verdachte met toepassing van art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b. niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432.2 Sv).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.742 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/00041
Datum 19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2021, nummer 22-000850-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.