Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:737

2026-05-01 Bestuursrecht; Belastingrecht 25/02744
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-05-01
Publicatiedatum
2026-05-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
25/02744
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NDFR Nieuws 2026/697 | Viditax (FutD) 2026050111 | FutD 2026-0768 | NTFR 2026/764

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.066 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 25/02744

Datum 1 mei 2026



ARREST



in de zaak van



GEMEENTE [X] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2025, nr. BK-ARN 24/543, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 22/1546) betreffende het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffingen over het tijdvak januari 2021.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Bosma en N. Brameijer, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.



ECLI:NL:GHARL:2025:4107.


Vgl. HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:25.