Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:663

2026-04-17 Civiel recht; Personen- en familierecht 25/04369
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-04-17
Publicatiedatum
2026-04-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
25/04369
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/556

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Art. 1:6 lid 1 Wvggz. Was rechtbank relatief bevoegd? Art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechtbank ervan uitgaan dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.023 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 25/04369

Datum 17 april 2026




BESCHIKKING




In de zaak van




[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,



tegen



DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naarde beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.




Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.