Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:613

2026-04-14 Strafrecht 24/01751
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-04-14
Publicatiedatum
2026-04-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/01751
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0140 | RvdW 2026/565

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkrachting in portiek vlakbij dag- en nachtopvang, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat camerabeelden de verklaring van getuige weerspreken omdat bepaalde essentiële handelingen waarover getuige heeft verklaard daarop niet terug te zien zijn, zodat zijn verklaring niet betrouwbaar is, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft dit standpunt verworpen en heeft daaraan ten grondslag gelegd dat camerabeelden de juistheid van verklaringen van getuige niet uitsluiten, omdat verschillende handelingen hebben kunnen plaatsvinden binnen tijdsbestek van hiaten in camerabeelden. Daarnaast vinden verklaringen van getuige volgens hof voldoende steun in overige bewijsmiddelen. Daarmee heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het is afgeweken van standpunt van verdediging. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige voldoende steun vinden in overige b.m., is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.568 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/01751

Datum 14 april 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2024, nummer 20-001227-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.T. van Berge Henegouwen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft de advocaat F.E.L. Teerling een cassatiemiddel voorgesteld. De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld



2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.


2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.7.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.