Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:503

2026-03-31 Strafrecht 23/01093
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-03-31
Publicatiedatum
2026-03-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/01093
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/526

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Medeplegen opzettelijk op Nederlandse markt brengen van niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden), valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). 1. Bewijsklachten overtreding art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Kon hof oordelen dat bij kwekerij inbeslaggenomen bruine papieren zak (met inhoud van 20 kilo) afkomstig is van (mede)verdachte, nu die blijkens factuur 15 kilo van product heeft geleverd? 2. Gebruik van analyseresultaten van monsters voor bewijs in het licht van recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Verweer dat resultaten van onderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten, omdat verdachte niet mogelijkheid heeft gehad om tegenonderzoek te laten verrichten, en dat gehanteerde meetmethode onvoldoende betrouwbaar is. 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift. 4. Bewijsklacht medeplegen valsheid in geschrift. Verweer dat enkele mededeling van medeverdachte dat op zakken de tekst “Bitoxybacillin” stond, bewezenverklaring niet kan dragen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01096 P en 23/01102 E.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.430 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/01093 E

Datum 31 maart 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 15 maart 2023, nummer 20-001123-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.B. Milo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, en tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 70.000.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 67.500 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.