Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:503
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:503 → ECLI:NL:GHSHE:2023:1085
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:503 → ECLI:NL:PHR:2025:1319
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Medeplegen opzettelijk op Nederlandse markt brengen van niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden), valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). 1. Bewijsklachten overtreding art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Kon hof oordelen dat bij kwekerij inbeslaggenomen bruine papieren zak (met inhoud van 20 kilo) afkomstig is van (mede)verdachte, nu die blijkens factuur 15 kilo van product heeft geleverd? 2. Gebruik van analyseresultaten van monsters voor bewijs in het licht van recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Verweer dat resultaten van onderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten, omdat verdachte niet mogelijkheid heeft gehad om tegenonderzoek te laten verrichten, en dat gehanteerde meetmethode onvoldoende betrouwbaar is. 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift. 4. Bewijsklacht medeplegen valsheid in geschrift. Verweer dat enkele mededeling van medeverdachte dat op zakken de tekst “Bitoxybacillin” stond, bewezenverklaring niet kan dragen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01096 P en 23/01102 E.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.430 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/01093 E
Datum 31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 15 maart 2023, nummer 20-001123-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.B. Milo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, en tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 70.000.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 67.500 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.