Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:465

2026-03-20 Bestuursrecht; Belastingrecht 25/02692
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-03-20
Publicatiedatum
2026-03-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/02692
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Viditax (FutD) 2026032010 | FutD 2026-0480 | V-N Vandaag 2026/517 | V-N 2026/15.26.8

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.925 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 25/02692

Datum 20 maart 2026



ARREST



in de zaak van




[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door H. Menger,



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juni 2025, nr. 23/873, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 21/5492) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2015 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.





1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026.



ECLI:NL:GHSHE:2025:1724.