Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:396

2026-03-13 Civiel recht; Verbintenissenrecht 25/01682
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-03-13
Publicatiedatum
2026-03-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
25/01682
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/419

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Koop. Conformiteit (art. 7:17 BW).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.446 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 25/01682

Datum 13 maart 2026




ARREST




In de zaak van




[eiser] ,
wonende te [plaats] , Duitsland,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: aanvankelijk K. Aantjes, thans J.C. Zevenberg,



tegen


1. [verweerder 1] , handelende onder de naam


[A] ,
te [plaats] ,

2. [verweerster 2] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders] ,
niet verschenen.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9821887 CV EXPL 22-1892 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2023 en 21 juni 2023;
b. de arresten in de zaak 200.329.650/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023 en 11 maart 2025.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.