Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:342

2026-03-10 Strafrecht 25/00320
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-03-10
Publicatiedatum
2026-03-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/00320
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0075 | RvdW 2026/433

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klager en ander op woningen, havenplaats, auto’s, boot, effectenportefeuilles, bankrekeningen, edelmetalen en lening in Nederland, Luxemburg, Zwitserland en Malta t.l.v. klager en die ander i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb (economische raadkamer) - in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting - oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Om redenen vermeld in HR:2026:341 slagen middelen in zoverre. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00326 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B, 25/00334 B en 25/00335 B.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.359 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 25/00320 B

Datum 10 maart 2026



BESCHIKKING



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/019868, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
Namens de klager heeft de advocaat E.G. Engwirda daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.


2.2
Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00331 B, ECLI:NL:HR:2026:341.




3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026.