Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:324
2026-03-03
Strafrecht
24/01278
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:324 → ECLI:NL:GHAMS:2024:442
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:324 → ECLI:NL:PHR:2026:6
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit voorhanden hebben van wapens en aanwezig hebben van cocaïne en uit andere strafbare feiten. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. 1. Verweer dat OM o.g.v. art. 74 AWR n-o moet worden verklaard in ontnemingsvordering. 2. Kon hof in kasopstelling uitgaan van beginsaldo contant geld van € 0? 3. Kon hof het door betrokkene contant uitgegeven bedrag van € 50.000 aan advocatenkantoor meenemen bij berekening van w.v.v.? 4. Kon hof bij vaststelling van w.v.v. uitgaan van aankoopwaarde van contant aangeschafte goederen en niet van executieopbrengst van deze goederen? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2014:188 (strafzaak).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.803 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01278 P
Datum 3 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 februari 2024, nummer 23-003881-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W. de Vries bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.
STRAFKAMER
Nummer 24/01278 P
Datum 3 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 februari 2024, nummer 23-003881-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W. de Vries bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.