Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:30

2026-01-13 Strafrecht 24/04201
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-01-13
Publicatiedatum
2026-01-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/04201
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/237

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Burenruzie. Bedreiging van buurtbewoner met messen, art. 285.1 Sr. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte ‘dat hij zich ttz. in eerste aanleg niet gehoord voelde, dat het heel snel ging en dat hij in de war was’ geen bijzondere omstandigheden zijn waardoor niet rechtsgeldig afstand is gedaan van h.b.? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.658 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/04201

Datum 13 januari 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 november 2024, nummer 22-000812-24, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten I.A. van Straalen en N.J.B. Vegelien bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.