Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:3

2026-01-06 Strafrecht 23/03882
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-01-06
Publicatiedatum
2025-12-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/03882
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0002 | RvdW 2026/183

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging met enig lichamelijk letsel tot gevolg, art. 141.1.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kon hof voor bewijs gebruik maken van verklaringen van aangever en getuigen gelet op wat door verdediging naar voren is gebracht over onbetrouwbaarheid van die verklaringen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft verweer van verdediging kennelijk niet aangemerkt als afzonderlijk uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inzake betrouwbaarheid en bruikbaarheid van verklaringen van aangever en getuigen, maar kennelijk opgevat als onderbouwing van algemener bewijsverweer. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat uitleg van verweren is voorbehouden aan feitenrechter. Standpunt van raadsvrouw dat verdachte moet worden vrijgesproken vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, vindt zijn weerlegging in de door hof gebruikte bewijsmiddelen. Tot nadere motivering was hof gelet op art. 359.2 Sv niet gehouden. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03879.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.803 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/03882

Datum 6 januari 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 oktober 2023, nummer 22-003496-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van de verklaringen van de aangever en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , in weerwil van wat door de verdediging naar voren was gebracht over de onbetrouwbaarheid van die verklaringen.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



5Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.