Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:215

2026-02-10 Strafrecht 24/03226
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-02-10
Publicatiedatum
2026-02-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03226
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0050 | RvdW 2026/367

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling van ex-partner, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte de mishandeling niet kan hebben gepleegd omdat hij t.t.v. delict elders was, art. 359.2 Sv. 2. Redengevendheid van aanvullende getuigenverklaring voor bewijs. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht kennelijk opgevat als uos, inhoudende dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende (wettig en) overtuigend bewijs. Die uitleg is, gelet op conclusie die raadsvrouw zelf aan haar pleidooi heeft verbonden, niet onbegrijpelijk. Hof heeft vervolgens gemotiveerd uiteengezet waarom het van oordeel is dat wel sprake is van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Uit die motivering blijkt dat hof meer waarde toekent aan verklaringen van aangeefster, getuige A en getuige B dan aan de door verdediging genoemde verklaringen van buren van verdachte. ’s Hofs motivering is, gelet op selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter en hetgeen door of namens verdachte is aangevoerd, niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft verklaring van getuige A als bewijsmiddel opgenomen. Deze verklaring houdt o.m. in dat zij zag dat 2 personen ruzie hadden, dat 1 van personen de ander beetpakte en met kracht op grond gooide en dat er vrouw overstuur en huilend naar haar toe kwam lopen. I.v.m. bewijsverweer van verdediging heeft hof kennelijk ook redengevend geacht dat man (kennelijk andere persoon) op zijn fiets stapte en wegfietste. Hof heeft aangegeven deze vaststelling te hebben ontleend aan aanvullende verklaring van getuige A. In dossier bevindt zich naast verklaring van getuige A die (deels) als b.m. is gebruikt, 1 aanvullende verklaring van getuige A. Met verwijzing naar die aanvullende verklaring heeft hof op niet onbegrijpelijke en toereikende wijze voldaan aan motiveringsvereisten voor redengevende feiten en omstandigheden in bewijsoverweging. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.499 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/03226

Datum 10 februari 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2024, nummer 21-004030-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het in de zaak met parketnummer 05104661-23 bewezenverklaarde.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.