Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:160

2026-02-03 Strafrecht 24/00998
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-02-03
Publicatiedatum
2026-01-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/00998
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2026-0038 | RvdW 2026/311

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a en 432.1.c Sv. Is cassatieberoep tijdig ingesteld? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Hof heeft verdachte op 14-3-2022 veroordeeld voor art. 9.2 WVW 1994. Op 15-3-2022 heeft hof een herstelbeslissing genomen en dictum gewijzigd naar: “Heropent en schorst onderzoek voor onbepaalde tijd”. Hof heeft verdachte op 9-9-2022 (opnieuw) veroordeeld voor art. 9.2 WVW 1994. Op 18-3-2024 is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. Cassatieakte houdt in dat cassatieberoep is gericht tegen arrest hof van 9-9-2022. Aan akte gehechte bijzondere volmacht houdt in dat cassatieberoep is gericht tegen beslissing hof van 14-3-2022. In beide gevallen is cassatieberoep te laat ingesteld o.g.v. art. 432.1.a Sv (uitgaande van arrest van 9-9-2022) resp. art. 432.1.c Sv (uitgaande van beslissing van 14-3-2022). Verdachte n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.436 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/00998

Datum 3 februari 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 september 2022, nummer 22-001112-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.