Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1591

2026-10-02 Bestuursrecht; Belastingrecht 25/02368
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-10-02
Publicatiedatum
2026-10-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/02368
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; NLF 2026/2049; Viditax (FutD) 2026100205

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.778 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 25/02368

Datum 2 oktober 2026



ARREST



in de zaak van




[X] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 mei 2025, nr. BK-24/690, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof van 22 oktober 2024.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraak van het Hof op het verzet beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483. Die gronden brengen mee dat de Hoge Raad geen aanleiding ziet voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.



ECLI:NL:GHDHA:2025:1092.