Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:157

2026-02-03 Strafrecht 23/03602
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-02-03
Publicatiedatum
2026-01-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/03602
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/301

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr) en valsheid in geschrift m.b.t. huurovereenkomsten, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). 1. Bewijsklacht diefstal m.b.t. feit van algemene bekendheid t.a.v. uitvoeren van werkzaamheden aan een onder spanning staande elektriciteitskabel, art. 339.2 Sv. Kon hof oordelen dat “het een feit van algemene bekendheid is dat geen enkel weldenkend mens (dus ook verdachte niet) werkzaamheden gaat verrichten aan een onder spanning staande elektriciteitskabel”? 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift m.b.t. oogmerk om geschriften als echt onvervalst te gebruiken. Volgt oogmerk van misleiding uit bewijsvoering van hof? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04317 P en 24/04318.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.595 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/03602

Datum 3 februari 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023, nummer 20-000365-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] (voorheen genaamd: [vroegere naam verdachte] ),
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van 't Hullenaar bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijftien maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.