Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:149
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:149 → ECLI:NL:PHR:2026:58
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Medeplegen passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd (art. 2:351 SrM) door echtgenote van hoofd van beheersdienst van ministerie m.b.t. aanbesteding van vuilnisstortplaats in Sint Maarten. 1. Nietigheid onderzoek ttz. in hoger beroep, nu p-v van tz. in h.b. zich niet bij stukken bevindt? 2. Nietigheid onderzoek ttz. in h.b., nu vordering PG ontbreekt, niet blijkt dat PG zijn vordering ttz. in h.b. heeft voorgelezen en niet blijkt dat PG zijn vordering na voorlezing aan hof heeft overgelegd? Art. 353.1 SvSM. 3. Bewijsklachten t.a.v. betrokkenheid van verdachte bij aanbestedingsproces, door verdachte aannemen en vragen van goederen en diensten en medeplegen. Kon hof oordelen dat verdachte met medeverdachte als medepleger giften en diensten heeft “gevraagd” dan wel “aangenomen”, “wetende dat” deze werden gedaan “teneinde medeverdachte te bewegen” iets te doen of na te laten? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04854 C.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.825 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04911 C
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 november 2023, nummer H 211/21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W.M. Stevens bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 210 uren, subsidiair 105 dagen hechtenis.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 200 uren beloopt, subsidiair 100 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.