Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1424

2026-09-08 Strafrecht 25/01285
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/01285
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0303

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft motivering van bewezenverklaring het vonnis van Pr, waarin is volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv, bevestigen, nu raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit? Pr heeft in vonnis volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 (tweede volzin) Sv. Raadsman heeft bij behandeling van zaak in h.b. vrijspraak bepleit. Uit bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat met zo’n opgave niet kan worden volstaan als door of namens verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. Daarom had hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in art. 359.3 (eerste volzin) Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. voor bewezenverklaarde (vgl. HR:2016:2026). Volgt vernietiging en terugwijzing.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.224 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 25/01285

Datum 8 september 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 april 2025, nummer 20-002835-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
alias [naam 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het hof het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg niet zonder meer had mogen bevestigen omdat daarin ten onrechte is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en ook in hoger beroep vrijspraak is bepleit.

2.2.1

De politierechter heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij:
“op 2 mei 2023 te [plaats], gemeente [...], aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een diepe snee in het aangezicht, heeft toegebracht door een bord kapot te slaan op het hoofd van die [benadeelde] .”



2.2.2

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2025 heeft de raadsman van de verdachte daar onder meer aangevoerd:
“De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of sprake is van zware mishandeling dan wel een poging daartoe. Ik denk dat daarvan geen sprake is en verzoek uw hof cliënt vrij te spreken.”



2.2.3
Het hof heeft het vonnis onder meer wat betreft de bewezenverklaring bevestigd.



2.3

Artikel 359 lid 3 Sv luidt:
“De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.”



2.4
De politierechter heeft in het vonnis volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3, tweede volzin, Sv. De raadsman van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit. Uit de bewoordingen van artikel 359 lid 3 Sv volgt dat met zo’n opgave niet kan worden volstaan als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Daarom had het hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in artikel 359 lid 3, eerste volzin, Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen voor het bewezenverklaarde. (Vgl. HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026.)


2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.




3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.