Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1364

2026-08-25 Strafrecht 24/03756
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/03756
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Witwassen van geldbedragen (€ 131.055 en 13.105 Britse en Schotse ponden) in woning van verdachte, art. 420bis.1.b Sr. 1. Bewijsklacht “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat in tll. genoemde geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn? 2. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte wist dat geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf? 3. Beroep op kwalificatie-uitsluitingsgrond. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03857 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.648 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/03756

Datum 25 augustus 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 oktober 2024, nummer 20-001580-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Berndsen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.