Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1363

2026-08-25 Strafrecht 24/03554
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/03554
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Burenruzie. Poging tot doodslag door met hockeystick op hoofd van buurman te slaan (art. 45 jo. art. 287 Sr). 1. Noodweerexces, onttrekkingsvereiste (subsidiariteitsvereiste), art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat verdachte zich had moeten en kunnen onttrekken aan dreigende aanranding? 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. immateriële schade, eigen schuld. Is sprake van eigen schuld a.b.i. art. 6:101 BW, nu aangever dreigende aanval heeft veroorzaakt en zich ook niet onbetuigd heeft gelaten? 3. Schriftuur b.p. Kan betoog dat ’s hofs arrest (wat betreft verwerping van beroep op noodweerexces en beroep op eigen schuld) in stand kan blijven, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437.3 Sv. Als zo’n middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.369 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/03554

Datum 25 augustus 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 september 2024, nummer 22-000558-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] in 1973,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten S.A.H. Vromen en J.S. Nan bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partij heeft de advocaat P. Scholtes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman J.S. Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van de schriftuur die namens de benadeelde partij is ingediend
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Als zo’n cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.