Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1354

2026-08-25 Strafrecht 24/03630
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-08-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03630
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0285

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Zich met motorvoertuig bevinden in stiltegebied buiten voor gemotoriseerd verkeer opengestelde wegen of terreinen, art. 2.44.1 jo. 9.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en art, 1.2.1 (oud) Wet milieubeheer. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte geen schuld heeft aan tlgd. en niet verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij niet wist dat hij in stiltegebied reed. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft verdachte vrijgesproken van “opzettelijk” overtreden van art. 2.44 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, omdat hof niet heeft kunnen vaststellen dat verdachte opzettelijk stiltegebied is ingereden. Het is volgens hof immers niet duidelijk geworden of stiltegebied met bord bij toegangsweg was aangeduid. Bewezenverklaarde levert daarmee geen misdrijf maar overtreding op en bevat geen “schuld” als bestanddeel. Verwijtbaarheid wordt in dit geval verondersteld en slechts aannemelijkheid van afwezigheid van alle schuld leidt tot niet aansprakelijkheid. Vaststelling dat verdachte met zijn motorfiets in stiltegebied is aangetroffen, is daarom in beginsel voldoende voor bewezenverklaring van overtreding. Verder heeft hof in reactie op verweer overwogen dat verdachte wel degelijk iets te verwijten viel, omdat hij vanaf verharde weg een onverhard zandpad in bos is ingereden en hij er op bedacht had moeten zijn dat hij zich toen niet z.m. in gebied bevond waar hij met zijn motorrijtuig mocht rijden, terwijl toen hij vervolgens bij verbodsbord voor toegang met motorrijtuig kwam, is doorgereden. Daarmee heeft hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat van afwezigheid van alle schuld geen sprake was. Hof heeft gelet op voorgaande voorbij mogen gaan aan verweer. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.463 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/03630 E

Datum 25 augustus 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 20 september 2024, nummer 20-002647-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.