Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1350

2026-08-18 Strafrecht 24/02906
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-08-18
Publicatiedatum
2026-08-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/02906
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen en medeplegen voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Economische zaak. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. Verweer dat door betrokkene contant ontvangen lening moet worden meegenomen bij berekening van voordeel en verweer t.a.v. uitgaven voor boodschappen en brandstof. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02907 E en 24/02853 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.356 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/02906 P

Datum 18 augustus 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 16 juli 2024, nummer 23-001008-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat S.J. van der Aart bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026.