Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:133

2026-03-24 Strafrecht 23/04623
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-03-24
Publicatiedatum
2026-01-29
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/04623
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/496

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij 3-CMC (331 kilogram designer drugs) onder klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 174/175 Sr. 1. Rechtmatigheid strafvorderlijk beslag. Kon Rb oordelen dat 3-CMC rechtmatig in beslag is genomen omdat er verdenking was o.g.v. art. 174/175 Sr? 2. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Had Rb in het licht van stelling dat klager in belangen wordt getroffen omdat inbeslaggenomen partij 3-CMC een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt, blijk moeten geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (beëindiging van beslag i.v.m. vernietiging van drugs).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.750 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04623 B

Datum 24 maart 2026




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 oktober 2023, nummer RK 23/018361, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klaagster],
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.