Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1270

2026-07-10 Bestuursrecht; Belastingrecht 24/03379
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-07-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/03379
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; NLF 2026/1375; NDFR Nieuws 2026/1104; Viditax (FutD) 2026071011; V-N Vandaag 2026/1456; FutD 2026-1217; NTFR 2026/1253; V-N 2026/32.28.87

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.053 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 24/03379

Datum 10 juli 2026



ARREST



in de zaak van




[X] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 juli 2024, nr. BK-23/174, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/7620) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.W. de Ruiter, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, E.F. Faase, P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.



ECLI:NL:GHDHA:2024:1586.