Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1258

2026-07-14 Strafrecht 24/00145
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/00145
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0259; RvdW 2026/902

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Invoer van harddrugs, art. 2.A Opiumwet. “Extract-arrest” van hof en ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359.3 en 359.8 Sv. Heeft hof in zijn uitspraak gebruikte b.m. opgenomen? Bij stukken bevindt zich “extract-arrest” van hof dat niet b.m. bevat. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van ‘s hofs arrest met (aanvulling op arrest met) b.m. Hof heeft aan HR bericht dat zo’n stuk niet is opgemaakt. O.g.v. art. 359.3 en 359.8 Sv moet uitspraak op straffe van nietigheid de b.m. bevatten die feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor bewezenverklaring, dan wel (v.zv. art. 359.3 Sv dat toestaat) opgave van b.m. “Extract arrest” van hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.771 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/00145

Datum 14 juli 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 9 februari 2005, nummer 23-001120-04, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in zijn uitspraak niet de gebruikte bewijsmiddelen heeft opgenomen.


2.2
Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, bevindt zich een “extract-arrest” van het hof dat niet de bewijsmiddelen bevat.


2.3
De raadsman van de verdachte heeft op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden verzocht om toezending van het arrest van het hof met (een aanvulling op het arrest met) bewijsmiddelen. Het hof heeft aan de Hoge Raad bericht dat zo’n stuk niet is opgemaakt.


2.4
Op grond van artikel 359 lid 3 en 8 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) moet een uitspraak op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevatten die de feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring, dan wel – voor zover artikel 359 lid 3 Sv dat toestaat – een opgave van bewijsmiddelen. Het “extract-arrest” van het hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven.


2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.