Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1239

2026-07-14 Strafrecht 25/00154
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
25/00154
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; RvdW 2026/921

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Militaire zaak. Feitelijke aanranding van eerbaarheid door onverhoeds borst(streek) en bovenbeen van andere soldaat te betasten, art. 246 (oud) Sr. 1. Kon hof oordelen dat onverhoedse handelingen “dwang” a.b.i. art. 246 (oud) Sr opleveren? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Is sprake van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar HR:2026:1235 t.a.v. “dwang” a.b.i. art. 246 (oud) Sr.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.815 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 25/00154 M

Datum 14 juli 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, militaire kamer, van 16 januari 2025, nummer 21-005941-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat – mede gelet op wat in het vandaag uitgesproken arrest in de zaak 25/01569, ECLI:NL:HR:2026:1235, rechtsoverweging 2.6 is overwogen – deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet verder te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.