Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1238
2026-07-10
Civiel recht
25/01530
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1238 → ECLI:NL:GHDHA:2025:30
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1238 → ECLI:NL:PHR:2026:428
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht, distributieovereenkomst, minimum-afnameverplichting, uitleg. Verzuim t.a.v. promotieverplichting, voortdurende verplichting, onmogelijkheid nakoming, art. 6:81 BW, ingebrekestelling, art. 6:82 lid 2 BW, dagvaarding. Dwaling, art. 6:228 BW. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid (namarebo), art. 6:248 lid 2 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.056 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01530
Datum 10 juli 2026
ARREST
In de zaak van
SKELLET N.V.,
gevestigd te Genk, België,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Skellet,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
ODS B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: ODS,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/629539 / HA ZA 21-1029 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2022 en 28 december 2022;
b. het arrest in de zaak 200.324.365/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 januari 2025.
Skellet heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ODS heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Skellet mede door Th.F. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Skellet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ODS begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Skellet deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01530
Datum 10 juli 2026
ARREST
In de zaak van
SKELLET N.V.,
gevestigd te Genk, België,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Skellet,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
ODS B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: ODS,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/629539 / HA ZA 21-1029 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2022 en 28 december 2022;
b. het arrest in de zaak 200.324.365/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 januari 2025.
Skellet heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ODS heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Skellet mede door Th.F. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Skellet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ODS begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Skellet deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.