Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1234

2026-07-10 Bestuursrecht; Belastingrecht 25/00131
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-07-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
25/00131
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; NLF 2026/1382; Viditax (FutD) 2026071001; FutD 2026-1212; NTFR 2026/1256

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA); verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:1016

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.081 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 25/00131

Datum 10 juli 2026



ARREST



in de zaak van




[X] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, nrs. 22/2292 tot en met 22/2297, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/6597 tot en met BRE 18/6602 en BRE 18/6604) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.





1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 12 december 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00129, ECLI:NL:HR:2026:1016.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.



ECLI:NL:GHSHE:2024:4082.


ECLI:NL:PHR:2025:1359.