Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1230
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1230 → ECLI:NL:PHR:2026:624
Inhoudsindicatie
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door Duitse advocaat tegen beslag onder cliënt op geschriften (handgeschreven notities en artikelen waar aantekeningen bij zijn gemaakt) n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten. Afwijzing verzoek van klager om behandeling van klaagschrift aan te houden en stukken opnieuw in handen van RC te stellen om klager in gelegenheid te stellen inhoud van stukken te onderzoeken om vast te kunnen stellen of deze onder zijn verschoningsrecht vallen. Is klager door RC in staat gesteld zich uit te laten over zijn verschoningsrecht? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 26/00061 Br en 26/00065 Br en met 25/04319 Bv, 25/04320 Bv, 26/00059 Bv, 26/00062 Bv en 26/00065 Bv (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:HR:2026:1231 Hoge Raad 14-07-2026
- ECLI:NL:HR:2026:1232 Hoge Raad 14-07-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.801 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/04301 Bv
Datum 14 juli 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 12 augustus 2025, nummer RK 24/015665, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten T.H.L. Kneepkens en M.D. Rijnsburger bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.