Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1207
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1207 → ECLI:NL:GHSHE:2025:872
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1207 → ECLI:NL:PHR:2026:464
Inhoudsindicatie
Verkoop en verlengde uitvoer naar België van 3 kilogram amfetamine (art. 2.A en 2.B Opiumwet) en 1 kilogram hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van diverse hoeveelheden harddrugs in zijn woning (art. 2.C Opiumwet) en voorhanden hebben van pepperspray en pistool met bijbehorend kogelpatroon (art. 26.1 WWM). Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging inhoudende verzoek om onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan duur van voorarrest op te leggen, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01146, 25/01148, 25/01197, 25/01199, 25/01275, 25/01277, 25/01279 P en 25/01299 en met 25/01198 P, 25/01200 P en 25/01280 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.729 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/01288
Datum 14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001812-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.